Siets en Gijs op wereldreis!

Wauwstralië

Het ene hoogtepunt volgt het andere op in de resterende drie weken die we door Australië touren. Na 4,5 week laten we de oostkust met haar highlights als Fraser Island, Cape Hillsborough, the Hill Inlet bij de Whitsundays, de Great Barrier Reef en Daintree Rainforest achter ons om af te sluiten in Centraal-Australië rondom de Red Centre. Met een bezoek aan Uluru, oftewel Ayers Rock, is weer een item van de toch al mooie bucketlist gestreept..

Surfin’ Australia
Het dorpje 1770 wordt in bijna elke reisgids aangeprezen als must go en daar gingen we dan. Kilometers omrijden om aan te komen in het dorpje waar op 24 mei 1770 Captain James Cook voor het eerst voet aan wal zette. Je bent het monument voorbij voor je er erg in hebt, zo klein is het en ook het dorpje ben je weer uit als je drie keer met je ogen knippert. Zo klein als het dorpje is, zo vol staan de campings. Zelfs in de gebieden waar je wild mag kamperen staat het overvol. Gelukkig kwamen we via het aardige vrouwtje van de VVV bij Southern Cross Backpackers terecht en op het moment dat we daar de oprijlaan opreden kregen we weer even het backpack-gevoel van de afgelopen jaren terug; hele relaxte sfeer, grote loungeruimte en een hoop backpackers. Na een goede nacht huren we ’s morgens een surfboard en wetsuits en gaan we het surfen nog eens proberen. Dit was de laatste kans in Australië want hoe noordelijker we gaan, des te minder de golven worden. Zowaar lukt het om een paar keer te blijven staan en als we het na een uur of 3 genoeg vinden brengen we het board en de wetsuits terug en gaan we ons opmaken voor 1,5 dag flink wat kilometers maken.
Een verborgen pareltje
We hadden er een behoorlijke detour voor over om bij Cape Hillsborough aan te komen. Gelukkig hadden we ’s middags via internet in de supermarkt nog één van de laatste camperplekken kunnen reserveren want bij aankomst op de camping was de rij wachtenden niet van de lucht. We zoeken een perfect plekje uit, dicht bij de campkitchen en douches maar vooral met grandioos uitzicht op de zee en haar rotsen. Juna neemt ’s middags nog een duik in het zeewater voordat we voor de allereerste keer ’s avonds lekker buiten kunnen zitten zonder dat het daar te koud voor is. ’s Morgens om kwart voor 6 gaat de wekker al; hop, Juna in de slaapzak de buggy in met fles melk en op naar het strand. Daar aangekomen zien we tientallen wallaby’s en kangoeroes rustig rond waggelen op zoek naar eten. En dat terwijl de zon langzaam opkomt! 
Het mooie is dat nog maar heel weinig mensen deze verborgen parel weten te vinden en daardoor heb je het gevoel bijna alleen op het strand te staan omdat de enigen die er staan de campinggasten zijn. Absoluut ons hoogtepunt tot nu toe *ja het streeft met gemak Fraser Island voorbij*. Adembenemend om te zien hoe deze mooie beesten zich van niets en niemand iets aantrekken en gewoon doen waar ze voor gekomen zijn: eten. We vergapen ons een uur aan het schouwspel voordat we een ochtendwandeling over het strand maken waarna we ontbijten, de camper inladen en op weg gaan naar Airlie Beach.
Witter dan wit bij de Whitsundays
In Airlie Beach vinden we op goed geluk een hele fijne camping voor drie nachten; een mooie, zonnige camperplek, een speeltuin en honderden kaketoes die, als je ze niet zou zien, vanzelf wel van zich laten horen. Na een middagje relaxen, gaan we de dag daarna met zijn drieën op tour naar de Whitsundays. Ongelofelijk veel over gehoord en Whitehaven is dé trekpleister van de Whitsundays. Allereerst stoppen we op een klein eilandje waar we een hike lopen die uiteindelijk leidt tot de Hill Inlet Lookout en WAUW.. We hebben tijdens al die reizen mooie uitzichten en parelwitte stranden gezien maar dit uitzicht slaat echt alles. We vergapen ons minutenlang aan de tig kleuren blauw van het water en het wit van het strand.
Weer een mooi hoogtepunt te pakken in Australië. Daarna varen we verder richting Whitehaven beach waar we een heerlijke BBQ lunch hebben tussen de grote lizzards en waar we op het strand en in het water relaxen. Tegelijkertijd hebben we Juna haar eerste dikke tranen gezien want of ze nu bang was van onze gids die een perfecte personificatie van Daffy Duck was *zowel qua uiterlijk als qua stem* of het feit dat ze de kleine rubberbootjes waar we in moesten niet leuk vond; bij beiden zette ze een gigantische keel op die we niet van haar gewend zijn.
Dat werd de dag daarna tijdens een heerlijk campingdagje nog even versterkt toen ze dacht te kunnen lopen en face forward met haar gezicht op het cement klapte, tot bloedens toe.Na de lunch varen we verder om op een mooie plek, maar wel in koud water, te snorkelen. Op deze plek in de Whitsundays is het koraal nog redelijk intact en zwemmen er verschillende bontgekleurde vissen rond. Tegen het einde van de middag komen we weer aan in Airlie Beach en hebben we een mooie tour achter de rug met als hoogtepunt het uitzicht over Hill Inlet. We moeten wel als kanttekening plaatsen dat we het bedrag dat we neer moesten tellen voor de Whitsundays een beetje overdreven vonden maar dat is wat massatoerisme met de nummer 1 bestemming van Australië doet..
Great Barrier (wegd)Reef
Met een tussenstop via Magnetic Island waar Gijs met de hand de wilde rock wallaby’s *ja echt, kangoeroes die tussen de rotsen wonen* eten gaf en waar we het eiland rond toerden in een lokale bus komen we na een hele lange dag rijden in Port Douglas aan. Het Saint-Tropez van de Australische oostkust en onze gateway naar de Great Barrier Reef.  Als we de camping oprijden krijgen we voor het eerst in 4,5 week regen te verduren maar na een enkele kleine plensbui is het de rest van de dagen in Port Douglas bewolkt met hier en daar zon. We splitsen ons weer even op en Gijs neemt nu de aftrap om als eerste van ons twee richting het Great Barrier Reef te varen om daar te gaan duiken. Beiden hebben we er voor gekozen om richting de rand van de continental shelf te varen omdat hier het rif nog bijna geheel intact en dus mooier is. Ook al kost dit ons beiden een goede maaginhoud want de golven op open zee zijn behoorlijk. 
ijdens de drie duiken die Gijs maakt ziet hij heel veel koraal, verschillende vissen, schildpadden en ook roggen. De dag daarna is het dan de beurt aan Siets om te gaan snorkelen op een andere plek in het rif. Naast roggen, schildpadden, haaien en zelf het aaien van een zeekomkommer *super belangrijke diertjes weten we nu* ook hier weer mooi koraal en zelfs hele muren van zo’n 8 meter hoog. Tussen de tripjes door krijgen we veel informatie van de marine biologen die mee zijn op de boot. Zo vertellen zij de gevolgen van klimaatverandering voor het koraal en ook die gevolgen worden op sommige plaatsen al goed duidelijk. Je zou de aarde kunnen vergelijken met ons eigen lichaam. Stijgt onze lichaamstemperatuur met 1,5 graad dan krijgen we koorts en zijn we van slag. Zo werkt het ook met de aarde; 1,5 graad is in heel veel gevallen, en vooral voor het koraal hier, funest. Het sterft af en verbleekt. Tijd voor de mens om eens echt wakker te worden!
Naar tropische en grote hoogten
Na een aantal mooie dagen in Port Douglas reizen we verder richting het noorden en steken we de Daintree Rivier over op weg naar het tropisch regenwoud. We hebben een schitterende camping gevonden midden in het regenwoud maar met borden als ‘crocodiles inhabit this area’ en de pythons, levensgrote spinnen, ratten en cassowaries *gekke struisvogels met een grote blauwe bult op hun kop* maakt een nachtelijk toiletbezoek toch ineens iets spannender dan normaal..
‘s Middags lopen we met Juna in de draagzak een bushwalk in de hoop de cassowary te spotten maar ze houdt zich angstvallig verborgen voor ons. Over boomstammen struikelend, grote varens weg duwend en over kabbelende beekjes stappend komen we weer heelhuids op de camping aan. De rust en het geluid van de jungle blijft toch elke keer weer geweldig (het compleet lek gestoken worden door de muggen dan weer niet maar goed). De dag daarna gaan we met een gepensioneerde Australiër op pad in zijn bootje op zoek naar die krokodillen. Dwars door de mangroves wandelen we naar zijn boot en dat geeft toch een beetje een onzeker gevoel.. Veilig en wel in de boot gaan we op weg en zien we hoe het getij het estuarium weer vol doet lopen en als kers *de zoveelste deze vakantie* op de taart zien we een vrouwtjeskrokodil uit het water klimmen.
En dan pas zie je wat een enorme kracht die dieren uitstralen en hebben. Door haar staart te gebruiken krijgt ze het voor elkaar om op de kant te komen die toch aanzienlijk hoger ligt. Wetende dat niets veilig is op een afstand van 4 meter van de kant af passen we wel op om later op het strand even een teen in het water te steken. De tropische hoogten hebben we bedwongen, een paar dagen later was het aan Gijs om zijn verjaardagscadeau dat hij van Siets en Juna kreeg op grote hoogte te gaan innen. In een klein vliegtuigje vloog hij een dik uur boven het Great Barrier Reef! En omdat ze met een oneven aantal waren en Gijs alleen was kreeg hij ook nog eens de beste plek in het vliegtuig; naast de piloot!
Met een smile van oor tot oor kwam hij terug en vanuit de lucht is de Great Barrier Reef net zo fantastisch.En dat alles terwijl Juna zich vermaakte in de mooiste speeltuin die we in heel Australië tegen zijn gekomen *tip voor iedereen die met kids naar Australië wil; Muddy’s Playground in Cairns is the place to be. Een compleet water- en speeltoestellenparadijs en je kunt jezelf vermaken in het gezellige café dat erbij zit waar ze ook nog eens de beste koffie serveren van de regio*Voor ons alle drie een top afsluiting van de ruim 3700 kilometer die we langs de oostkust van Australië afgelegd hebben. In alle vroegte pakten we een shuttlebus die ons naar het vliegveld bracht voor de laatste paar dagen in Centraal-Australië.
The Red Centre
Qantas was zo vriendelijk om onze vlucht te wijzigen zodat we niet rechtstreeks maar via Ayers Rock naar Alice Springs vlogen. Nou, een retorische vraag of dit een straf was. De berg die al heel lang heel hoog op het verlanglijstje stond konden we nu ook al vanuit de lucht zien. Hoe bizar ziet die monoliet *straks meer* eruit in een compleet kaal, dor en rood landschap. We halen in Alice Springs *waar we toch een kleine cultuurshock kregen door de vele Aboriginals die veelal dronken door de straten zwalkten* onze ietwat verouderde campervan op en gaan meteen op weg de outback in omdat rijden rond en na zonsondergang geen aanrader is vanwege alle dieren, vooral kangoeroes, die dan de weg op schieten. En die kangoeroes in de Red Centre, zoals dit gebied heet, zijn net zoals schildpadden en krokodillen aparte dieren. Zij zijn namelijk in staat om, vanwege gebrek aan eten en drinken, hun zwangerschap on hold te zetten voor een aantal weken totdat ze weer voldoende te eten hebben gekregen. Op het eerste stuk zagen we ‘gelukkig’ meer kapotte autobanden dan dode kangoeroes liggen toen we door oneindige stukken niemandsland reden.
We kamperen op campings die soms 100 kilometer van een beetje bewoonde wereld *lees; drie huizen en een tankstation* af liggen. De eerste bestemming is Kings Canyon; een gebied dat door veel toeristen vaak, onterecht, wordt overgeslagen. Kings Canyon wordt ook wel de Australian Grand Canyon genoemd en hoewel we niet in de Amerikaanse geweest zijn vinden we het er wel veel van weg hebben. We lopen er twee hikes: de eerste door het zonder water staande rivierbed zodat je de kolossen van bergen boven je uit ziet tornen en de tweede via de South Wall Walk naar twee supermooie lookouts hoog gelegen in de bergen. En wat voel je jezelf ineens klein als je hier tussen dat natuurgeweld staat.
Die avond kamperen we unpowered en dat betekent steenkoude nachten in de woestijn! Daarnaast is alles rood zand en stof dus de utopie om enigszins acceptabel en schoon op foto’s te staan laten we snel varen. De volgende ochtend vertrekken we vroeg richting Uluru-Kata Tjuta National Park. Het gekke is dat Yulara het vertrek- en kampeerpunt voor Uluru en The Olgas is maar als je dat ‘dorpje’ binnenrijdt blijkt het gewoon een compleet resort te zijn met appartementen, hotels en onze camping. We laden onze spullen snel uit, pakken de camper weer en gaan op weg naar Uluru voor een middaghike. En hoewel we vaak proberen te omschrijven hoe natuurschoon eruit ziet lukt het in het geval van Uluru, of Ayers Rock, écht op geen enkele manier. Het is niet ‘zomaar’ een rots die voor je opdoemt in een verder compleet kaal landschap maar het heeft iets magisch.
Uluru is zo’n 550 tot 900 miljoen jaar geleden ontstaan en het landschap was toen nog kaarsrecht. Het gesteente van Uluru begon op een gegeven moment zo te krommen door de beweging van de aardkorst dat de uiteinden boven de grond kwamen te liggen en het middendeel van Uluru naar beneden kromde en nog steeds deels onder de grond ligt. Makkelijk gezegd: Uluru is op haar zij gevallen.. Cultureel gezien is het verhaal minder ingewikkeld en komt de naam Uluru uit de Aboriginal-taal en voor de Aboriginals is het een heilige rots (de naam Ayers Rock komt trouwens van de ontdekkingsreiziger William Gosse die in 1873 de rots zag en hem vernoemde naar de toenmalige premier van Zuid-Australië: Henry Ayers). De Aboriginals beheren samen met de parkrangers het gehele park en geven scholing aan de rangers over de planten en dieren die hier voorkomen. Iets ten oosten van Uluru leven nog zo’n 150 tot 400 traditionele Aboriginals die daar hun gewoonten en ceremonies tot op de dag van vandaag in stand houden.
’s Avonds pakken we ook nog een schitterende zonsondergang mee waarbij je de rots in zoveel verschillende kleuren rood ziet veranderen totdat die uiteindelijk bruin wordt wanneer de zon volledig onder is. De laatste dag voordat we de terugreis inzetten richting Alice Springs staan we weer vroeg op om naar de zonsopkomst te kijken. En dan zie je pas hoeveel mensen er op het resort zitten want het ziet er bijna zwart van de mensen. Toch is het 10 minuten na zonsopkomst bijna verlaten en zo staan we daar toch bijna alleen met zijn drieën bij Uluru.
We rijden door en ontbijten aan de voet van de Olgas (Kata Tjuta), niet één maar 36 monolieten bij elkaar die daar ook weer als door een buitenaards wezen neergezet lijken te zijn. Onder het aardoppervlak ligt een gesteentelaag die Uluru met de Olgas verbindt. Ook hier lopen we een hike voordat we naar het laatste uitkijkpunt gaan waar we de Olgas als Uluru samen op de gevoelige plaat leggen voordat we de terugweg inzetten en de camper inleveren.De laatste activiteit voordat we aan onze lange terugreis beginnen is een bezoek aan de Royal Flying Doctors Service.
Keken we vroeger allebei naar de gelijknamige serie, nu zagen we het werk in real life. De RFDS begon ooit met een enkel vliegtuig maar de vloot is inmiddels uitgebreid naar 71 vliegtuigen op 23 verschillende luchthavens die in totaal ruim 278.000 mensen per jaar voorzien van acute hulp maar daarnaast ook in basismedicijnen en 24/7 advies. We zijn behoorlijk onder de indruk als we zien dat al die vliegtuigen gemiddeld elke 2 minuten 1 persoon helpen ergens in afgelegen gebieden die verder nauwelijks toegankelijk zijn. Daarnaast biedt de RFDS ook hulp als het gaat om mensen snel te verplaatsen van bijvoorbeeld Adelaide naar Melbourne. Nog meer kleine feitjes: 773 mensen per dag worden geholpen, elke dag wordt meer dan 72.000 kilometer gevlogen om mensen te helpen en voor elke persoon wordt gemiddeld 93 kilometer afgelegd. Behoorlijk dankbaar en mooi werk dachten wij zo en bovendien een mooie afsluiting van een indrukwekkende tour door de Red Centre. 
Reizen met “bubba”
Normaal gesproken sluiten we anders af maar omdat dit de eerste keer was dat we een echte grote reis met Juna maakten en we ontzettend veel (leuke) opmerkingen kregen hier in Australië vanwege ‘bubba’ zoals Juna door de locals genoemd werd toch even een korte beschouwing. Is reizen met een klein kind lastig? Volgens ons is het zo lastig als dat je het jezelf maakt. Juna is super flexibel en neemt de dagen gewoon zoals ze zijn en wij dus ook. Grappig feitje was dat we wel een keer of tien zijn aangesproken door Australiërs dat ze respect hadden dat wij met een kleintje op reis waren. Moet je ergens op letten? Wij hebben meer kunnen doen dan dat we van tevoren gedacht hadden maar dat is ook omdat je er bewust voor kiest dingen apart van elkaar te doen zodat Juna ook quality time krijgt met één van ons. Daarnaast vindt Juna alles prima zolang wij maar in de buurt zijn. Je moet wel rekening houden met een lager reistempo en we zagen dus nog nooit zoveel speeltuinen van dichtbij als deze vakantie.
Het grootste voordeel van reizen met een kind? 
Je bent een aanspreekpunt voor iedereen, er is altijd een ingang voor een gesprek vanwege de aanwezigheid van de kleine en het grootste voordeel dat wij ondervonden was dat Juna heel open naar andere mensen is. Ze zwaait bijna naar iedereen, geeft high-fives en lacht constant. In die zin denken we dat Juna flexibeler geworden is naar (vreemde) mensen dan dat ze voorheen was. Hebben we geluk gehad? Wij hebben met Juna sowieso geluk maar het is ook hoe moeilijk je er zelf over doet. Juna is geen moeilijke slaper, geeft aan wat ze wil en vindt in de auto zitten ook geen probleem. Doen we het nog een keer? Ja zeker! Op naar volgend jaar!!! Waarheen? Daar waar Juna en de zon ons brengen.. G’day!

* Voor de nieuw(st)e foto’s van Australië even naar beneden scrollen..

Reacties

Reacties

Dorien

Wat een mooie verhalen en foto”s. Fijn dat Juna het ook naar de zin heeft gehad. Fijn dat jullie weer in Venray zijn!

Groetjes 😘😘

Janny

Wat hebben jullie weer een prachtige reis gemaakt en mooie nieuwe herinneringen erbij nu samen met Juna. Wij beginnen aan onze laatste dag in Engeland en hopen jullie morgen weer te zien en natuurlijk lekker knuffelen met Juna. De foto's ga ik thuis op mijn gemak bekijken. Liefs van ons.

Jantje

Fijn dat ik mee mocht genieten van jullie reisverslag. Wat een geluk om samen zo'n mooie reis te mogen maken. Welkom thuis.

Mieke

Wat weer mooie verhalen en mooie foto's. Bedankt.

Babbe

Mooie verhalen, prachtige reis Siets, Gijs en Juna! Fijn dat jullie dat gewoon blijven doen 😁

Rian

Klinkt als een top reis! En supergaaf om dit met Juna te doen. Wat een verhaal en mooie foto’s!

Diana Cremers

Geweldig verhaal weer!! En O zo herkenbaar. Wat is het toch een geweldig land Australië. Wat fijn dat Juna ook zo geniet van het reizen. Ze mag blij zijn met zo'n reislustige ouders.

Anny

Wat weer een geweldig verhaal en prachtige foto’s......maar ook heel fijn dat jullie weer thuis zijn in het mooie Leunse land!!

{{ reactie.poster_name }}

Reageer

Laat een reactie achter!

De volgende fout is opgetreden
  • {{ error }}
{{ reactieForm.errorMessage }}
Je reactie is opgeslagen!