Siets en Gijs op wereldreis!

(te) Gek Japan

Japan is het land van de rijzende zon maar ook het land waar een gigantische tweedeling plaatsvindt. De eeuwenoude geschiedenis die in stand wordt gehouden door de conservatieve bevolking gaat gepaard met enkele van de meest bizarre activiteiten die je op de wereld tegen zult komen. Amazing en be amazed zijn de beste omschrijvingen voor de drie weken die we in Japan doorbrachten. Die drie weken werden gevuld met bullettreinen, atoombommen, fietsen over eilandjes, kimono’s, hotsprings en neonlichten.

Heftig Hiroshima
Naast de bizarre Manga-bibliotheek waar je op een zondagmiddag massaal Japanse families comics ziet lezen en de meest gefotografeerde poort van Miyajima is dé reden waarom we Hiroshima bezochten natuurlijk haar heftige verleden. Op 6 augustus 1945 om 08.15 ontploft de allereerste atoomboom ooit op zo’n 600 meter boven Hiroshima en zowel de hitte, de knal als de straling zorgen voor een ongelofelijk spoor van vernieling. In een straal van 2 kilometer rond het hypocentrum vinden op slag 78.000 mensen de dood en tegen het einde van het jaar staat de teller op 200.000 vanwege de naweeën van straling, kanker of verwondingen. Direct na de ontploffing hadden overlevenden sterke behoefte aan water om hun dorst te lessen en vandaar ook dat je door heel Hiroshima fonteinen ziet als herinnering aan die ramp. Naast het water staat ook de kraanvogel centraal en dit werd hét symbool van Hiroshima.
Sasaki Sadako was twee toen de atoombom op haar stad viel en zij overleefde de ramp ternauwernood. Op 11-jarige leeftijd werd bij haar leukemie geconstateerd en volgens een Japanse legende mag iemand die 1000 kraanvogels van origami vouwt een wens doen. Die 1000 werden er ruim 1300 maar helaas kwam haar wens om weer aan hardloopwedstrijden mee te kunnen doen niet uit en stierf ze op haar twaalfde. Haar boodschap is wel gehoord want sindsdien staat de kraanvogel centraal voor Hiroshima met haar kindslachtoffers van de atoombom en vouwen mensen over de hele wereld kraanvogels als teken van vrede. In het park vind je dan ook een standbeeld van haar met daaromheen allemaal gevouwen kraanvogels; wanneer schoolklassen het Peace Memorial Museum bezoeken nemen ze altijd een slinger van 1000 gevouwen kraanvogels mee.. Vanaf dat moment heeft de kraanvogel voor ons een nieuwe, diepere betekenis gekregen.
Het is moeilijk te omschrijven wat je voelt als je langs de A-bomb dome loopt dichtbij het hypocentrum waar de bom in 1945 viel maar het is hetzelfde gevoel als de Killing Fields in Cambodja of Auschwitz in Polen. Je krijgt er een zwaar gevoel van in je maag maar aan de andere kant laat het ook de ongelofelijke veerkracht zien van de Japanners en hebben ze de Industrial Promotion Hall (of A-bomb dome in het kort) bewust laten staan om constant herinnerd te worden aan de gruweldaden van de mensheid. De onderhandelingen om alle kernwapens uit te bannen lopen nog maar we hopen dat alle tegenstanders van dat verdrag een dag op bezoek gaan hier in Hiroshima om te zien wat het voor verdriet en verderf aan kan richten aan de mensheid.
Op een fietsie door Onomichi

Met de Shinkansen (de supersnelle bullettrein) zijn we binnen no time in Onomichi; een eigenlijk nietszeggend havenstadje met zo’n 150.000 inwoners. We verblijven twee nachten bij een Japans-Peruaans stel die in een authentiek Japans huis wonen van zo’n 115 jaar oud, inclusief krakende houten vloeren en houten schuifdeuren als scheiding tussen wc, douche en gang. Onomichi doet totaal niet toeristisch aan en dat vinden wij juist zo fijn (maar soms ook erg uitdagend om iets te bestellen zonder te weten wat je nu eigenlijk krijgt).
Hier huren we twee fietsen voor een dag en gaan we zo’n 35 kilometer fietsen over drie verschillende eilanden. Heuvels, bruggen en mooie afgelegen stranden wisselen elkaar af en op deze manier ervaren we de hitte niet zo heel erg. Onze meegenomen lunch in de vorm van rijstpakketjes nuttigen we onder één van die grote bruggen in de schaduw en we sluiten de fietstocht af op Sunset Beach tussen de locals die alles uit de kast trekken voor een dagje strand. We blijven ons verbazen over al die eigenaardigheden van de Japanners als ze een dagje strand doen!
Volledige volksverhuizingen worden op touw gezet als zij zich in vol ornaat richting de zee begeven; zwembanden, drie lagen kleding om vooral niet bruin te worden maar vervolgens wel met een waaier in de aanslag de hitte te lijf te gaan en complete strandtentjes worden meegenomen. Na een verkoelende duik nemen we de ferry terug richting het vasteland van Onomichi en eten we ’s avonds heerlijk typische okonomiyaki *een typisch Japans gerecht dat het midden houdt tussen een pizza en een pannenkoek maar dan met noodles en veel kool*
Kastelen en tempels in Kyoto
Als je wilt zien wat het echte Japan is dan moet je naar Kyoto zeggen ze. In zekere zin is dat waar want wat een gave historische gebouwen hebben ze hier en wat steken de neonlichten van de shoppingmalls, gamehallen en casino’s daar fel tegen af. De eerste avond dat we aankomen in Kyoto gaan we met John, een collega van Gijs, en zijn man op pad.
Na een overheerlijke maaltijd bij een Indiër willen we nog even een drankje doen in een barretje. Op een kale donderdag bleek dat nog niet zo makkelijk in deze miljoenenstad maar uiteindelijk kwamen we terecht in de ‘Shooting Bar’. En die naam hebben ze wel heel letterlijk genomen! Na een drankje besteld te hebben kregen we een andere menukaart onder onze neus geduwd; ‘you choose gun’ was de mededeling. Werkelijk waar! Gewapend met een AK47 en 50 rubberkogels mocht je jezelf botvieren op een target. En dat allemaal midden in een kroeg op twee hoog! Japan, be amazed..
De dagen na dit knallende begin spenderen we aan het bezoeken van een aantal schitterende tempels, te beginnen bij de Fushimi-Inari tempel. Deze tempel wordt gekenmerkt door een oneindig lijkende stoet van honderden knalrode shrines (bogen) die je langs 17 tempels leiden op weg naar de top van Mount Inari. Deze tempel is opgedragen aan de god van de rijst en (for God) sake en machtig mooi om doorheen te wandelen. Gelukkig zijn we vroeg want bij de afdaling naar de hoofdtempel onder aan de berg ziet het meer zwart van de mensen dan rood van de heilige bogen. Meteen daarna wandelen we via het volledig van glas zijnde station van Kyoto naar een andere boeddhistische tempel die helemaal van hout gemaakt is.
Al wandelend door de nauwe straatjes van de volkswijkjes van Kyoto passeren verschillende dames en heren ons in traditionele kimono’s waarbij ze op houten slippers lopen. Wij hadden na zo’n 15 kilometer wandelen in de brandende zon al last van onze voeten op onze Havaianas, laat staan wat deze Japanners doormaken op de houten slippertjes.. Ook de andere dagen in Kyoto en Nara (een stadje gelegen op een half uur rijden met de trein vanuit Kyoto) bezoeken we veel tempels waaronder een gouden paviljoen als ook de grootste houten tempel van Japan inclusief bronzen Boeddha.
De avonden sluiten we af met heerlijk eten bij onder andere de sushitrein *gewoon zitten en de sushi komt vanzelf langs in de vorm van een treintje* en verbazen we ons over de gigantische gamehallen waar de Japanse jeugd volledig uit hun dak gaat. Hysterisch om te zien maar ook om hysterisch van te worden want de geluiden knallen tegen elkaar in en de lichten maken dat je er bijna dizzy van wordt. Wij vonden Kyoto een toffe stad met een prima mix van historisch en modern. Toch zijn we ook wel blij dat we na vier dagen ‘echt’ de countryside van Japan op kunnen zoeken in de Japanse Alpen.
I’m walking in the rain..

Wanneer we weer de Shinkansen pakken naar de Japanse Alpen krijgen we in de trein al de waarschuwing dat een tyfoon met kracht 5 (de sterkste die er is) afstevent op Japan en bij aankomst op het station van Matsumoto merken we dat de wind aantrekt en de zon plaatsmaakt voor flinke hoosbuien. Gelukkig blijkt later als we in het appartement van een supertoffe Venezolaan aangekomen zijn dat ons behoorlijk wat leed bespaart gaat worden omdat de tyfoon de Japanse Alpen links lijkt te laten liggen. We zijn naar de Japanse Alpen gekomen om een hike te maken door het bergdorpje Kamakochi (niet te verwarren met de Tamagotchi, wie kent ‘m niet?!) en dat hebben we geweten.
Liepen we ’s morgens nog met de zonnebril op naar het busstation, even later werd dat rennen om nog droog in de bus te springen en bij het uitstappen hadden we de regenjas al aan. De omgeving is werkelijk waar prachtig maar de regen komt echt met liters tegelijk naar beneden. Tja, en omdat je toch al gepland had te gaan lopen zetten we dat plan maar gewoon door.. De eerste minuten ontwijken we de flinke plassen water nog op het pad maar dat blijkt totaal geen zin te hebben als we daarna tot aan de enkels in het water staan. Ach, we hebben ontzettende lol gehad om het feit dat we gewoon kletsnat geregend zijn.
Gelukkig waren we niet alleen want grote groepen Japanners waren net zo gek als ons om toch door weer en wind te gaan lopen. De hike van twee uur vonden we prachtig en we kunnen ons helemaal voorstellen hoe het landschap eruit moet zien als de zon wèl volop schijnt. Drijf en drijfnat pakken we de bus en trein terug naar Matsumoto en wat is warm douchen dan ineens toch fijn!
’s Avonds gaan we op zoek naar een eettentje en komen we uit bij een piepklein restaurantje met twee kleine tafeltjes en een bar met zes stoelen waar al een aantal aangeschoten Japanners zitten. Zij verstaan ons niet en wij hen niet maar met Google Translate kom je een heel eind en we hebben de grootste lol met ze. De dronken man aan de bar wil dat we bij hem blijven slapen maar dat aanbod hebben we toch maar afgeslagen. Met een dikke glimlach op ons gezicht pakken we nog een afzakkertje in een lokaal barretje voordat we ons bedje induiken.
Verjaardag op een speciaal plekkie
Elk jaar proberen we Gijs zijn verjaardag memorabel te maken en ook dit jaar is dat weer gelukt. Voor één nacht slapen we in een typische ryokan met onsen. Een ryokan is een traditioneel Japans huis waarbij je op tatami’s slaapt en je volledig in de watten gelegd wordt. Bij aankomst hijsen we onszelf in een kimono en duiken we de onsen *een natuurlijke hotspring* in met uitzicht op de Japanse Alpen. Gewoon WAUW en even volledig ontspannen.
De gastheer van de ryokan vond het volgens ons geweldig dat hij een keer en niet alleen Japanse gasten had en hij zijn Engels kon oefenen want tijdens het diner kregen we als cadeau voor Gijs zijn verjaardag eerst de plaatselijke sake om te proberen en het dessert sloeg al helemaal nergens op. Zo ontzettend veel fruit (en dan te bedenken dat fruit in Japan echt super duur is! Voor een appel betaal je hier al €4). We waren helemaal (letterlijk bijna) in de wolken. De dag daarna voordat we uitchecken zijn we nog een keer in de onsen gesprongen om volledig relaxed aan de trip naar Tokyo te beginnen en dat bleek hard nodig ook…
Leven op een kleine postzegel
Als je wilt weten hoe druk en overweldigend Tokyo is dan moet je bij aankomst net zoals ons de spullen in de Airbnb neergooien en op weg gaan naar ‘The Scramble’ oftewel Shibuya Crossing. Elke keer wanneer de verkeerslichten op groen springen steken meer dan 1000 (!) mensen van alle kanten de kruising over. Tel daarbij de neonlichten van alle gebouwen op en je wordt echt compleet overrompeld door dit geweld! ‘WELCOME IN CRAZY TOKYO’
Tokyo is met haar ruim 34 miljoen inwoners net zo groot als de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel bij elkaar en als je wilt weten hoe het voelt om nul personal space te hebben dan moet je een paar dagen doorbrengen in deze metropool. De eerste twee dagen werden we zo overrompeld dat we daarna echt behoefte hadden aan ofwel een rustig koffietentje, ons Airbnb-adresje of zelfs het strand op twee uur treinen van Tokyo. Het bezoeken van de meest bekende tempel van Tokyo was al net zo’n wespennest; niet te doen! Terwijl het ons duidelijk niet in de koude kleren ging zitten leek het de Japanners totaal niet te deren dat ze als sardientjes in blik door het leven gaan.. De dagen daarna laten we Tokyo rustig op ons inwerken en gaan we mee in de snelheid van de hardwerkende bevolking. En dat bevalt ons meer..
Op zoek naar Mount Foetsjie
Een aantal keren proberen we aan die menselijke drukte te ontsnappen door een boemeltreintje te pakken naar hoger gelegen oorden. Kawaguchiko is de uitvalsbasis om Mount Fuji (Japans bekendste berg annex vulkaan) te beklimmen of te bezoeken. Met twee gehuurde fietsjes rijden we in rustig tempo rond een aantal meren die toebehoren aan de Fuji Five Lakes. Hordes families genieten hier langs de waterkant van elkaar, de vers gevangen vis of kajakken er op los. Wij fietsen een aantal uren rond die meren en het plan was om daarna door te fietsen naar de Chureito Pagode voor een weergaloos uitzicht op Mount Fuji maar na de lunch bleek het eerder Mount Foetsjie geworden te zijn want door de dikke wolken en flinke regenbuien konden we alleen nog de steile hellingen zien maar de top bleef verborgen voor ons. Het gebied is prachtig (inclusief zelfmoordbos maar daarover straks meer) maar datgene waar we voor kwamen hebben we niet gezien helaas.
Elk nadeel heb z’n voordeel

De dagen na Mount Foetsjie begeven we ons weer in het stadsgedruis en kunnen we meer en meer genieten van Tokyo. Zo bezochten we de hippiewijk Shimo-Kitazawa (net zoals de drukte zijn ook de Japanse namen hier niet te doen) die zo’n relaxte dorpse sfeer uitstraalde dat dit onze favoriet is, liepen we naar de Tokyo Tower *sorry, een heel slap aftreksel van de Eiffeltoren* en kochten we kaartjes voor een honkbalwedstrijd.
De dag van de honkbalwedstrijd wilden we ’s morgens vroeg naar de grootste tonijnveiling en vismarkt van Japan maar toen we daar aankwamen bleek die dicht te zijn omdat ze hier een soort van driedaagse vakantie hebben. Het Imperial Palace daarna bleek ook gesloten en toen we ’s middags richting het baseball stadion liepen zagen we hordes mensen ons juist tegemoet komen..Nou, dat was een dag die behoorlijk in het water viel want de wedstrijd werd afgelast vanwege hevige regenval…
Dan maar een Engelse kroeg in en dat bleek een geluk bij een ongeluk. We raakten daar aan de praat met drie Japanse jongens en hebben echt een hele toffe avond met hen gehad. Zij leerden ons hoe de Japanners écht in elkaar zitten, hoe ze denken en waarom ze doen zoals ze doen. Het mooiste dat ze ons meegaven was dat Japanners alles doen voor de maatschappij en niet zozeer voor hun eigen geluk. Door hen leerden we die ‘bizarre’ Japanners nog meer waarderen om hun gekke gewoonten.
Alle charmes in de (wed)strijd gegooid
Het missen van een baseballwedstrijd zat ons toch niet helemaal lekker en vandaar dat we in Osaka voor poging 2 gingen. Alleen was het deze keer een topper tussen de Haisin Tigers uit Osaka en de Hiroshima Carps. Eigenlijk onbegonnen werk want die wedstrijd was al weken tevoren uitverkocht en een rondje om het stadion leerde ons dat niemand van plan was zijn of haar kaartje aan ons te verkopen. We hebben waarschijnlijk met een heel sneu gezicht bij de ticketoffice gestaan want op een gegeven moment kwam er een mannetje naar ons toegelopen die ons in het Engels vroeg wat we wilden. Nou, we hebben ons helemaal vastgebeten in die aardige man en hij bleek een prima schakel te zijn in de hiërarchische keten van managers want hij heeft via via geregeld dat we toch binnen konden! En zo zaten we met een knap staaltje zielige verhalen ophangen en talloze smeekbedes ineens tussen de 51.000 fans naar de Major League van Japan te kijken.
Wat een feest, wat een gekte en wat een sfeer! *klik hier voor een sfeerimpressie* Vier uur lang *de Carps wonnen uiteindelijk met 5-3* ging het stadion op en neer en na afloop liepen de fans gebroederlijk naast elkaar het stadion uit. Een fantastische avond waarbij we de hele avond een dikke glimlach op ons gezicht hebben gehad omdat we het toch weer geflikt hadden; de zogenaamde kers op de grote Japanse taart. Deze kers bleek ook zo goed als de laatste kers op de taart want het betekende voor ons een afsluiting van drie weken door bizar en te gek Japan.

“Rare jongens, die Japanners”
Nog nooit hebben we na het bezoeken van een land zo extreem de behoefte gehad om te vertellen hoe ‘bizar en gek’ een land kan zijn maar Japan is hierop een uitzondering. Vijftien keer bizar Japan omdat:
1) Japan zo extreem schoon is dat de opruimdiensten bijna letterlijk met een pincet de straten afspeuren op zoek naar rommel;
2) ondanks het feit dat er geen enkele prullenbak te vinden is, het toch juist zo schoon is op straat;
3) elke openbare wc, of de zogenaamde washlet, zo ontzettend schoon is. Hightech pareltjes die meer knoppen en schakelaars bevatten dan de cockpit van de doorsnee spaceshuttle (inclusief sfeermuziekje terwijl je jouw behoefte doet);
4) de verkeerslichten echt dramatisch zijn afgesteld maar dat de Japanners dat helemaal niets uitmaakt omdat ze toch gewoon braaf zo’n minuut of drie wachten op groen ook al is er in de verste verte niemand te bekennen;
5) de Japanners zo perfectionistisch zijn dat ze daarom ook vaak zeggen dat ze geen Engels kunnen omdat ze zich schamen;
6) de bevolking van Tokyo het niet erg vindt om op 1m2 te wonen met een heel gezin omdat er gewoonweg geen ruimte is;
7) je op elke hoek van de straat een ‘vending machine’ vindt waaruit je de gebruikelijke frisdrank en snacks kunt halen maar ook IPods, ondergoed, zonnebrillen, parfum, sigaretten of andere prullaria;
8) er speciale fietspaden zijn aangelegd in sommige steden maar alle fietsers gewoon stug op het trottoir blijven fietsen;
9) met krulspelden in je pony door de winkelstraten lopen hier volkomen normaal is;
10) er in Japan ook een rookbeleid is. Alleen is dat wel het omgekeerde van Nederland: roken is verboden op straat maar is wel toegestaan in kroegen en restaurants;
11) de medewerkers van een bedrijf lange dagen maken omdat ze pas naar huis mogen als de baas naar huis is. Dat betekent vaak een uur of 2 à 3 langer op kantoor en dan gewoon duimen draaien tot de baas afzwaait;
12) op elke straathoek ‘hulpjes’ staan die je of wijzen waar je naartoe moet (ook al is dit overduidelijk) of je behoeden voor naderende openbare werkzaamheden (ook overduidelijk);
13) er zelfs in de buurt van Mount Fuji een ‘zelfmoordbos’ of ‘the sea of trees’ bestaat waar mensen speciaal naartoe komen om een einde aan hun leven te maken. Het oogt als een gewoon bos maar aan alles voel je dat het niet zo is. Het is een plek waar mensen rustig kunnen sterven zonder daar anderen mee te belasten. Je wordt hier moeilijk teruggevonden door de grotten en met mos begroeide bomen. Het mooie van deze plek is de gedachte dat je met rust wordt gelaten en deze omgeving je de rust geeft waar je zo hard naar op zoek bent;
14) je op straat de stelletjes zo kunt herkennen. Ze dragen namelijk minimaal één kledingstuk dat hetzelfde is.. Dat kunnen de schoenen of de t-shirts zijn maar vaak is de hele outfit afgestemd op elkaar (ANWB-setjes te over hier dus);
15) ondanks dat er bijna meer spoor dan wegen lijken te zijn in Japan rijden de treinen van A naar B met een gemiddelde vertraging van slechts 18 (!) seconden.
Allemaal eigenaardigheden van de Japanse cultuur maar vooral bizar is het feit dat het een ontzettend veilig land is. Politie zie je nauwelijks, alles gaat op goed vertrouwen en toen we bij aankomst in Fukuoka één van onze rugzakken inclusief Gijs zijn telefoon lieten staan bij de bushalte en daar minuten later pas achter kwamen, bleek deze netjes afgegeven te zijn bij de balie. Ook in metro’s, op straat en in overvolle treinen kun je bij wijze van je tas gewoon open laten staan want niemand komt aan andermans spullen. Zo zagen we in de vroege ochtend een jongen zijn roes uitslapen op straat met zijn telefoon in zijn hand maar niemand die het in zijn hoofd haalt om die mee te nemen. In die zin dus ook bizar Japan! Voor ons is drie weken door Japan een reis geweest waarbij het land echt met geen enkel ander land te vergelijken is. Amazed en be amazed schreven we eerder en dat was het ook echt! Japan; een (te) gek land..
Stratego for real
Als afsluiter van onze trip door Zuid-Korea en Japan gooien we onze backpacks weer neer in Seoul en maken we ons op voor de DMZ (Demilitarized Zone) & JSA (Joint Security Area) op de grens tussen Noord- en Zuid-Korea. Door de recente ontwikkelingen rond Trump en Kim Jong-un waren delen van deze tour echte ‘no-go-areas’ geworden maar ‘gelukkig’ mochten we toch naar het JSA *dat onder beheer van de VN en vooral Amerika staat* waar we door een Amerikaanse militair rondgeleid werden. De JSA is het punt waar de MDL (Military Demarcation Line), de grens, tussen Noord- en Zuid-Korea loopt.
Voordat we daar aan komen krijgen we eerst de nodige instructies wat we wel en niet mogen doen. Fotograferen mag alleen op aangewezen momenten, wijzen is verboden en het maken van obscene gebaren kun je in dit streng bewapende gebied ook maar beter achterwege laten. Daarna opstellen in rijen van twee en dan gaan we richting de bekende blauwe barakken die letterlijk de scheidslijn vormen tussen Noord en Zuid. Dit is ook het punt waar de Koreanen hun koude oorlog ‘uitvechten’ want ze staan hier letterlijk oog-in-oog met elkaar! Het lijkt net alsof je zelf in het oog van een orkaan staat; de spanning is voelbaar maar de stilte lijkt gek genoeg iets rustgevends of zelfs 'veiligs' te hebben.
In de blauwe barakken staan een aantal Zuid-Koreaanse militairen ons in de gaten te houden en op de tafel in het midden van de barak, precies op de grens, liggen drie microfoons waarmee de Koreanen alles opnemen wat er gezegd wordt. Die tafel in het midden is letterlijk de MDL en door van de ene naar de andere kant van de tafel te lopen verplaatsen we ons dus van Zuid- naar Noord-Korea. Het geheel doet zo bizar aan; je weet dat je op een stukje omstreden gebied staat en dat een enkele gekke beweging acuut afgestraft kan worden. Aan de andere kant is het één groot machtsvertoon van zowel Noord- als Zuid-Korea want ze dagen elkaar uit zonder woorden en daden.
Als bezoeker is het af en toe behoorlijk verwarrend want het is een politiek schouwspel en de nodige propaganda van beide kanten. De Zuid-Koreanen geven, al dan niet subtiel, aan dat ze vrede willen maar blijven gedurende deze dag ook steeds benadrukken wat de Noord-Koreanen allemaal fout hebben gedaan in de geschiedenis en dat dit de reden is dat er nog steeds geen vrede is. Bij het verlaten van de JSA richting Dorasan Train Station zien we achtereenvolgens de Noord- als ook de Zuid-Koreaanse vlag hoog aan de horizon wapperen. In eerste instantie wapperde de Zuid-Koreaanse vlag het hoogste op een hoogte van 100 meter, niet veel later heeft Noord-Korea haar vlag gehesen tot de top op 160 meter. Weer dat machtsvertoon.
Het treinstation van Dorasan wordt ook wel omschreven als ‘not the last station from the South, but the first station to the North’ (en de propaganda moeten jullie tussen de regels door maar lezen..) Gebouwd als startpunt voor de treinlijn naar West-Europa maar ook om dagelijks arbeiders naar de overkant van de grens te vervoeren om te kunnen werken in het communistische Noord-Korea (in een complex van Zuid-Koreaanse makelij) waar de uurlonen in schril contrast staan met deze in het zuiden. Bizar dat er maar iets hoeft te gebeuren en de landen staan meteen op verkeerde voet met elkaar. Zo besloot Noord-Korea op 1 december 2008 de grensovergang en dus de spoorlijn te sluiten wegens beschuldigingen van de Zuid-Koreaanse regering. Telkens als het lijkt alsof de twee landen weer om tafel gaan gebeurt er iets dat de spanningen weer volledig doet oplaaien. Of dit nu een gekapte populier is of het ombrengen van guerilla-strijders; de boog staat zo gespannen tussen beide landen dat het minste of geringste de betrekkingen doet verstommen.
Gek genoeg staat op het station van Dorasan een stukje Berlijnse muur als symbool voor de eventuele hereniging van de twee Korea’s, net zoals dat het Duitsland ook gelukt is na 41 jaar IJzeren Gordijn. De immigratiedienst op dit station wacht nog steeds op de dag dat ze werkelijk hun diensten kunnen bewijzen aan het vertrekkende en inkomende volk maar wanneer die dag zich aandoet weet geen mens..
Na het station gaan we naar een uitkijkpunt waarbij we ruim zicht hebben op Noord-Korea en de twee dorpen die gelegen zijn in de DMZ. Het Zuid-Koreaanse dorpje Daeseong-dong wordt ook wel ‘Freedom Village’ genoemd en het Noord-Koreaanse dorpje Gijeong-dong draagt de naam ‘Peace Village’ al gaven de Zuid-Koreanen het dorpje de naam Propaganda Village mee. Dit omdat ze geloven dat het dorpje niet bewoond is omdat elke dag op gezette tijden het licht in de huizen aan gaat, er nooit mensen te zien zijn en de vlag elke dag op hetzelfde moment gehesen wordt..
Tot slot bezoeken we de DMZ zelf; het gebied van 2 kilometer aan weerszijden van de MDL wat dus aan de ene kant beheerd wordt door Zuid-Korea samen met de VN en aan de andere kant door Noord-Korea. Hier wordt duidelijk dat in het verleden wel vredesonderhandelingen geweest zijn en dat het mogelijk was voor 30.000 familieleden die na de Koreaanse opdeling van elkaar gescheiden werden om elkaar weer te ontmoeten. Toch is dat in de gehele geschiedenis van de twee Korea’s maar twee keer gebeurd en elke dag proberen Noord-Koreanen de oversteek te maken naar Zuid-Korea (helaas met weinig succes want de 248 kilometer lange grens wordt met prikkeldraad en de nodige militairen bewaakt).
Bij de DMZ gaan we nog de 3e infiltratie tunnel binnen; een tunnel die gebouwd werd door de Noord-Koreanen ondanks dat er al afspraken gemaakt waren tussen de landen om van elkaars grondgebied af te blijven. De bedoeling was dat de tunnels gegraven werden tot aan Seoul om zo alsnog een eventuele aanval te plegen op Zuid-Korea. De capaciteit van de tunnel moest genoeg zijn om 30.000 soldaten per uur naar de andere kant van de grens te brengen. Volgens Zuid-Korea zouden er nog ruim twintig andere tunnels zijn en wordt tot op de dag van vandaag met specialistische apparatuur gezocht naar deze tunnels. Wanneer we uit de tunnel komen stappen we de bus weer in vol indrukken en proberen we alles dat we deze dag gezien hebben te plaatsen in een wereld waar het ijzeren gordijn dus nog letterlijk aanwezig is.
Dit was louter een poging tot omschrijven hoe de situatie op dit moment is in de DMZ maar zoals al eerder beschreven is het zowel verwarrend als imponerend. De geschiedenis is in dit deel van de wereld vooral gebaseerd op eeuwige provocatie en propaganda en daarom blijft het moeilijk in te schatten wat waarheid is..

En dan zit na vijf weken Oost-Azië de vakantie er bijna op. Morgen vliegen we via Beijing terug naar Amsterdam en sluiten we toch wel speciaal af. Beijing is namelijk de stad waar we 7,5 jaar geleden onze wereldreis begonnen en we vinden het dan ook heel tof om hier nog even terug te keren. A trip down memory lane voordat we weer in ons mooie Nederland aankomen en ons op kunnen maken voor de Teacher’s Exchange in Massachusetts, Amerika, in oktober. Van die trip zullen we geen verslag doen via deze site, van welke trip dan wel, dat gaan we de komende maanden weer bepalen.. Annyonghaseyo & Sayonara (doei in het Koreaans en Japans)

*de rest van de foto’s rond de DMZ & JSA zitten onder het kopje van Zuid-Korea en die link vind je hier*

Zuid-Koreaangenaam

Als je scratchmap van de wereld thuis al aardig weggekrast is begin je ergens een luxe probleem te krijgen want ‘wat wordt nu onze volgende bestemming?’ Aangezien we elk jaar een ander continent willen bezoeken dan het jaar daarvoor en we in Afrika niet de juiste route gevonden kregen werd het Oost-Azië. Een gedeelte van Azië dat voor ons nog relatief onbekend is. In de eerste tien dagen Zuid-Korea werden we aangenaam verrast door de mensen, het land, de natuur en de cultuur. Zuid-Korea; het land van de vastgeplakte mobieltjes aan elke Koreaanse hand, appartementencomplexen van 40 verdiepingen hoog en daar waar ‘né’ ja betekent..

Metropool Seoul
Het was nog even kantje boord om de vlucht vanuit Beijing naar Seoul te halen want het taxiën duurde lang en ook de bus naar de terminal vond het nodig om een kwartier op passerende vliegtuigen te wachten. Tel daar ons gebrekkige Chinees en het feit dat Seoul Airport in de volksmond Gimpo heet bij op en dan snappen jullie misschien dat we de grondsteward van China Southern faliekant voorbij renden op weg naar onze aansluitende vlucht. Na een knap staaltje voorkruipen, langs de bagagecheck rennen zonder onze bagage gecheckt te hebben en het halve grondpersoneel van het vliegveld met ons mee te laten rennen hebben we uiteindelijk de korte vlucht naar Seoul toch gehaald.
Het hostel ligt in de Universiteitswijk van Seoul en de stad komt meteen als heel prettig op ons over. Koreanen zijn overbeleefd en ook al spreken ze een half woord Engels, als je ergens langer dan een minuut naar staat te kijken komen ze vragen of ze je kunnen helpen. En als je dan zegt dat je uit Nederland komt en ‘van Guus Hiddink bent’ kun je niets meer fout doen hier. Na een middag en nacht acclimatiseren gaan we de volgende dag op pad om de highlights van Seoul te bewonderen.
We beginnen bij het Gyeongbokgung paleis en zien tientallen vrouwen in traditionele klederdracht rond het paleis paraderen. Denken we eerst nog midden in een officiële ceremonie terecht gekomen te zijn, blijkt na wat rondvragen dat wanneer je gekleed gaat in dit soort kleding je gratis naar binnen mag. Dat hebben we met een temperatuur van 30+ maar aan ons voorbij laten gaan. Het paleis is tientallen keren gebombardeerd, afgebroken en weer opgebouwd maar met de gigantische wolkenkrabbers op de achtergrond zit je hier midden tussen twee werelden; oud en nieuw. De rest van de dag wandelen we langs nog meer paleizen, parken, door volksbuurten en naar een uitkijkpunt voordat we onder het genot van een Thaise groene curry de eerste dagen Korea op ons laten inwerken.
Korea is een land waar het openbaar vervoer meer dan prima geregeld is en binnen no time zitten we dan ook aan de oostkust in het stadje (de Koreanen noemen alles dat minder dan een half miljoen inwoners heeft al snel het platteland of een dorpje) Sokcho met haar 100.000 inwoners. Seoul zullen we aan het einde van de vijf weken nog een keer bezoeken en dan staat de spectaculaire grens (DMZ) met Noord-Korea op het programma maar die was gedurende de hele week daarna volgeboekt. Iets met hoogseizoen.. Maar in Sokcho hebben we ons ook meer dan prima vermaakt.
Schitterend Seoraksan bij Sokcho
Sokcho staat bekend om twee dingen: de vismarkt en Seoraksan National Park met haar heilige berg Ulsanbawi. Die vismarkt bezoeken we bij aankomst ’s middags en daar heb je af en toe een ietwat sterke maag voor nodig maar aan de andere kant; verser dan dit krijg je de vis niet. In grote tanks heb je keuze te over om aan te geven wat je graag zou willen eten die dag. We hebben het maar bij gefrituurde garnaal gehouden..
De echte reden dat we naar Sokcho gekomen zijn was niet de vismarkt maar Seoraksan National Park dat het mooiste van Korea schijnt te zijn. In de vroege ochtend pakken we een bus om vervolgens een hike van dik 6 uur te lopen richting Ulsanbawi; de top van een granieten berg. Langs beekjes, door naaldbossen, langs heilige grotten en tempels komen we na dik drie uur klimmen aan op de top met een schitterend uitzicht! Dit was die pittige klim wel waard. Als we de 808 treden weer afgedaald zijn lunchen we onder aan de berg, nemen de bus terug en wilden we ‘even’ een powernap doen in het hostel maar werden we drie uur later wakker. Dan maar een avondwandeling maken door de straten van Sokcho (waar gek genoeg met 100.000 inwoners ’s avonds nauwelijks iets te doen is) en afsluiten met heerlijke sushi voor nog geen €3.
Livin’ like a prayer

Na een halve dag reizen komen we in het zuiden van Korea aan in de erg gezellige en levendige stad Gyeongju. Gyeongju wordt ook wel het museum zonder muren genoemd en dat kunnen wij alleen maar beamen! Overal historische gebouwen, tombes van voormalige dynastieën die we bezoeken en schitterende paleizen met uitkijktorens tussen bloeiende waterlelievelden. Vier dagen hebben we in Gyeongju gespendeerd en die dagen verveelden geen moment (we hebben ons zelfs nog gewaagd aan een aantal nummers karaoke in een soort bushokje).
Twee dagen daarvan zijn we echt bijna letterlijk terug naar onszelf gekeerd door in een tempel te verblijven. Eventjes ‘living like a prayer’ maar dan behoorlijk hardstyle. Tegen de middag komen we aan in de Golgulsa Tempel waar we hartelijk welkom worden geheten. Vervolgens worden we in de traditionele tempelkledij gehesen en krijgen we onze kamers toegewezen (apart van elkaar, dat weer wel want mannen en vrouwen leven strikt gescheiden in de tempel) waar we slapen op een harde ondergrond en een minimaal matrasje. Niet snel daarna begint onze eerste meditatiesessie onder begeleiding van de hoofdmonnik van de tempel.
Een uur lang mediteren in een voor ons compleet onnatuurlijke houding. Na de meditatie even een uurtje ontspanning waarbij we met z’n tweeën een wandeling over een bergpad maken en vervolgens nog net op tijd bij een tempel kunnen schuilen omdat er een flinke moessonbui over ons heen trekt. Na het eten waarbij de mannen rechts en de vrouwen links in de eetzaal zitten en er absoluut niet gesproken mag worden maken we ons op voor een chanting meditatie en aansluitend een anderhalf uur durende Sunmudo-training.
Sunmudo is een martial arts sport die het midden houdt tussen Tai Chi, karate, Jiu-Jitsu en meditatie. Daarna is het douchen en naar bed om vervolgens de ochtend daarop alle ledematen stokstijf te hebben van de slechte nacht. En die nacht die duurt maar kort want om 4.10 wandelen we alweer naar een tempel boven op de berg om daar de dag te beginnen met een chantingsessie samen met de monniken. Al mediterend lopen we daarna in colonne naar beneden voor het ontbijt en wederom een Sunmudo-training van een master met de vijfde dan in Sunmudo. En wat die mannen kunnen met hun lijf en ledematen is ongelofelijk.
Sowieso vinden we de toewijding van de monniken en masters in martial arts ongelofelijk want zij vergen wat van hun lichaam en geest. Na de lunch is het tea-time samen met een monnik en kunnen we hem het hemd van het lijf vragen. Bijzonder hoe deze mannen omgaan met het boeddhisme en de keuze om monnik te worden (die volgens hen geen keuze maar een voorbestemming is). Zelf vonden wij dit het meest waardevolle aan de templestay waarmee we niet aangeven dat alle meditaties en martial arts trainingen zinloos waren maar door de gesprekken met de monnik kregen we echt een beter beeld van de beweegredenen en leefwijze van de monniken (in Korea leven nog ongeveer 40.000 monniken waarvan meer dan 60% vrouw is). Na een meditatieve cursus kaligrafie en boogschieten geeft ons lichaam aan dat het genoeg is geweest en tegen het einde van de middag pakken we onze rugzakken, nemen we afscheid van de monniken, de medewerkers en de tempel en gaan we de bewoonde wereld weer in.
Onder het genot van een goede kop koffie (waar hier in Zuid-Korea per definitie al geen gebrek aan is want op bijna elke straathoek, en zelfs daartussen, vind je een koffietentje) evalueren we de waarde van deze tempelstay voor onszelf.De dag daarna wandelen we de spieren rustig los als we een hike van een uur of vier lopen in Namsan National Park. Vergeleken met de hike die we in Sokcho liepen een eenvoudige die ons door schaduwrijke begroeiing heen leidt langs verschillende boeddhistische monumenten en tempeltjes. Meer dan eens komen we de vriendelijke Koreanen *van top tot teen gehuld in North Face trekkingskledij inclusief hoedje, gloednieuwe wandelschoenen en wandelstokken* tegen die met alle liefde en plezier een praatje willen maken met die enkele westerling die ze tegenkomen. Over het algemeen zijn de enige toeristen die wij tegenkomen in Zuid-Korea de Aziaten zelf. We schrikken soms zelfs als er ‘ineens’ een westerse backpacker passeert.
Beachy Busan en een onverwachte wending
Met een heerlijk boemeltreintje van Korail denderen we de laatste miljoenenstad van Korea binnen; Busan. Een bruisende stad waar we ons dagen zouden kunnen vermaken. Zouden, want we hebben maar voor één nacht geboekt omdat we de dag daarna ’s avonds met een slow boat naar Japan zouden vertrekken. De namiddag spenderen we heerlijk chillend op het strand waarbij we onze ogen uitkijken over de zwemkwaliteiten van de gemiddelde Koreaan. Gewapend met een opblaasbare band trotseren ze de branding om vervolgens na 5 meter in het water alweer teruggefloten te worden door één van de vele lifeguards die aanwezig zijn op het strand.
Een bijzonder strand want in de verte razen auto’s over een twee verdiepingen tellende brug en links en rechts wordt het strand geflankeerd door wederom hoogbouw. In Busan eten we in een heerlijk lokaal restaurantje waar het gaspitje gewoon in de tafel geboord is en sluiten we de avond af in een Engelse pub (zonder Engelsen).
Als we de dag daarna willen uitchecken en voor de zekerheid onze mail nog even checken zien we dat we een mail hebben van de bootorganisatie. Vanwege het uitvallen van de boot krijgen we ons geld terug. Ja, dat is heel fijn maar nu?? Gelukkig ging er nog een vederlichte speedboot diezelfde middag richting Japan en die besloten we dan maar te nemen. Reizen betekent dus soms letterlijk aanpassen en vooruitkijken want hierdoor werd ons wel eventjes een dagje cultuur en strand door de neus geboord. Voordeel is wel dat we dit verhaal schrijven terwijl de boot letterlijk over het water zweeft richting Fukuoka. En zo laten we verrassend Zuid-Korea voor drie weken achter ons en gaan we kijken wat Japan ons te bieden heeft.

Kamsahamnida (bedankt) en tot over een week of drie!!

De Galápagos – ‘Ik-war-daor’

Waar Siets haar klasgenootjes in groep 7 hun werkstukken schreven over voetbal, hun cavia of het boerenleven schreef zij één van haar eerste werkstukken over de Galápagos. Dan is de vraag of dit een langgekoesterde droom is eigenlijk ook geen vraag meer. Het is geen ‘if’ maar ‘when’ en die ‘when’.. Die kwam deze meivakantie!

Een borrelende hotspot
Als er één eilandengroep tot de verbeelding spreekt dan zijn dat wel de Galápagos-eilanden in de Stille Oceaan. De eilanden werden in 1535 per toeval ontdekt door een Panamese bisschop die van plan was om van Panama naar Peru te zeilen, maar de bekendste bezoeker van de Galápagos is overduidelijk Charles Darwin die hier in 1832 met de Beagle voet aan wal zette. Naast Charles Darwin, die zijn evolutietheorie slechts voor 1% baseerde op deze eilandengroep, kwamen ook andere beroemdheden als Thor Heyerdahl hier aan land.
De Galápagos (die eigenlijk door haar ontdekkers ‘Las Islas Encantadas’, de betoverende eilanden, genoemd werden) zijn ontstaan doordat platen divergeren *daar zijn we weer; Aardrijkskunde les 32*. Vanwege het feit dat die platen uit elkaar bewegen komt magma omhoog en stolt dit op de zeebodem. Dit ging in zo’n behoorlijke hoeveelheid en snelheid dat de eilanden boven water uitstaken. De andere ontstaanswijze is de zogenaamde hotspot waarbij er telkens een kolom heet magma door de aardkorst boort en zo effusieve vulkanen creëert. Dit is de reden dat we bijna alle wandelingen op de eilanden maken op zwart lava, dikke basaltblokken of zwartgeblakerde lavastranden.
Voor een Aardrijkskundedocente toch wel het neusje van de zalm hier *al hoef je per definitie geen docent te zijn om van al deze indrukwekkende en bijzondere landschappen te kunnen genieten* Het meest bijzondere aan de Galápagos blijft toch wel het feit dat diegenen die de Galápagos ‘hun thuis’ noemen de dieren zijn en de mens hier niet meer is dan tijdelijke paparazzi. Ook wij hingen 12 dagen lang die paparazzi uit in deze lang gekoesterde droom!
Puerto Ayor’airbnb’

Na een heel fijn weerzien in een hostel in Guayaquil ging al weer vroeg de wekker om vervolgens in no time te landen op de hele kleine airstrip van Baltra Airport. Met de wielen praktisch in het gras, het betalen van de Island Tax en de gebruikelijke check, zaten we al snel in de bus op weg naar Puerto Ayora, één van de weinige bevolkte stadjes op Santa Cruz. Twee nachten slapen we in het binnenland van Santa Cruz bij een Argentijn in een werkelijk waar prachtig huis dat uitkijkt over de Stille Oceaan en de jungle van het eiland.In de twee dagen voordat we aan boord gaan van de Aida Maria wandelen we naar een aantal lavatunnels, een hagelwit strand en het Charles Darwin Research Station.
In dit CDRS vinden we good old Lonesome George; de Pinta-schildpad die in 2012 overleed en daarmee een einde maakte aan deze schildpaddensoort. Een jarenlange zoektocht naar hét vrouwtje dat hem nakomelingen kon brengen heeft tot niets geleid en zo is George in alle eenzaamheid gestorven..In het onderzoekscentrum monitoren ze de schildpaddenpopulatie, zorgen ze voor het behoud van de flora en fauna op het eiland en zetten ze schildpadden weer uit in hun natuurlijke habitat. Op die manier zorgen de ruim 200 onderzoekers en vrijwilligers ervoor dat het leven van verschillende dieren op het eiland blijft voortbestaan. Om af te koelen nemen we een duik in het kristalheldere water terwijl honderden marine iguanas rustig vanaf het strand toekijken.
In navolging van ‘The Beagle’
’s Morgens om 11 uur gaan we aan boord van de Aida Maria; een nieuw jacht in de haven van Puerto Ayora. We worden verwelkomd door een Nederlands stel en later komen daar nog een Duitse familie *waar we heel veel en hard om en soms ook mee gelachen hebben*, nog een Nederlands stel, een Ierse, Zwitserse, Israëliër en een geweldig echtpaar op leeftijd uit Canada bij zodat de teller blijft steken op 15 personen op dit luxe bootje.De crew is ontzettend professioneel, heel behulpzaam en onze gids voor deze week, Ruben, is gewoonweg briljant.
Opgegroeid op de Galápagos en vol overgave vertelt hij op elk eiland dat we aandoen hoe en onder welke omstandigheden de dieren leven. Alleen, voordat we dat gaan doen moeten we eerst nog noodgedwongen een nacht in een hotel doorbrengen omdat door een klein binnenbrandje op de boot alle kabels zijn doorgebrand en zowel de airco, elektriciteit als de stuuraandrijving van de boot niet meer werken. Never a dull moment op de Galápagos..
Isla Isabela en haar bewoners
Na een dagje Santa Cruz met de groep waar we de gigantische schildpadden in hun natuurlijke omgeving zien, cruisen we met een speedboot richting het grootste eiland van de Galápagos; Isla Isabela. We wandelen langs meertjes met flamingo’s, zien de marine iguanas richting de zee vertrekken nadat ze opgewarmd zijn en na even aandringen bij Ruben (het weer was namelijk niet heel goed, lees: stortregen) begonnen we aan de klim van de Sierra Negra vulkaan om van de op één na grootste calderakrater ter wereld te kunnen genieten. Die klim was in minder dan een half uur gepiept maar het uitzicht liet door het weer zwaar te wensen over. We hebben er in ieder geval niet minder lol om gehad.
Na een redelijk schommelende nacht (iets met eten dat verdwijnt in een afvoerputje) meren we ’s ochtends heel vroeg aan in de baai van Punta Moreno waar we een mooie wandeling maken. Isabela is dan wel het grootste eiland, op Puerto Villamil na is het eiland volledig uitgestorven qua menselijke bewoners. Daarentegen wordt het eiland volledig bevolkt door iguanas, zeeleeuwen, Galápagos pinguïns, ontelbaar verschillende vogels en slangen. In de baai van Elizabeth trekken we voor het eerst onze wetsuits aan en gaan we al snorkelend de onderwaterwereld verkennen met al haar tropische vissen en verschillende schildpadden.
’s Middags gaan we met de zodiacs op pad en vaak worden we dan vergezeld door zeeleeuwen die met onze boot mee zwemmen. Dat het weer op de Galápagos zo veranderlijk is dat wordt deze dag wel duidelijk. Beginnen aan een wandeling in de stralende zon en eindigen in een laagje water dat in de zodiac blijft staan vanwege hevige regenval. Never a dull moment op de Galápagos part II…
Het mooiste eiland; Isla Fernandina
Na de bak water van de dag daarvoor is het weer aardig de goede kant opgedraaid want tijdens ons bezoek aan, voor ons het mooiste eiland van de trip, Isla Fernandina schijnt de zon weer volop. Onze gids Ruben vindt dit het mooiste eiland en wij snappen wel waarom! Isla Fernandina is het thuis van duizenden marine iguanas *het ziet er letterlijk zwart van de beesten* en daarnaast is het één van de eilanden waar het vulkanisme nog recentelijk haar sporen achterliet.
Al wandelend over de gestolde Phokoi Hoi lava (de naam is afkomstig vanaf Hawaii waar het zoiets betekent als lava in de vorm van een touw) zien we de iguanas wachten op het strand om te gaan lunchen, flightless cormorants die in het water op zoek zijn naar eten, haviken die wachten op een onoplettend moment van een baby iguana, zeeleeuwen die zich van niets en niemand iets aantrekken en de schildpadden die rustig in het water rondzwemmen.
Het is lastig te omschrijven maar het is een prachtig stukje natuur. Voor diegenen die de afleveringen van Planet Earth 2 al gezien hebben zullen het filmpje misschien herkennen waarin honderden slangen jacht maken op een iguana. Nou, dat is gefilmd op dit eiland midden in de Stille Oceaan.In de buurt van Punta Espinoza duiken we het koude water in waar we oog in oog komen te staan met tientallen schildpadden die langs en onder ons door zwemmen. Klappertandend komen we het water uit en als we op het dek op zitten te warmen zien we ineens een aantal vinnen boven water uitsteken. Haaien en mola mola’s (sunfish) wisselen elkaar af naast onze boot!
Na de lunch springen we in de zodiacs *of dinghy zoals de crew ze noemt* om langs steile kliffen te varen en de Jan van Gent-vogels te spotten. Hier in Zuid-Amerika worden deze vogels met hun blauwe poten de ‘blue footed boobies’ genoemd en die naam vinden we eigenlijk veel grappiger.
Voor de allerlaatste keer rondom Isla Fernandina springen we het water in om samen met de zeeleeuwen te zwemmen en verschillende soorten vissen en zeesterren te zien. Als we omsingeld worden door kwallen vinden we het wel genoeg geweest voor vandaag, nemen we een douche en zetten we koers voor een 11 uur durende vaart op open zee richting Santiago eiland.
De avonden vullen we met spelletjes spelen, verhalen vertellen en boekje lezen. Toch duren de avonden hier nooit heel lang omdat we behoorlijk uitgeput zijn van de actieve dagen. De nachten verlopen de ene keer wat beter dan de andere want de boot deint goed mee op het ritme van de golven. Gelukkig wordt ons behoorlijk wat wc-leed bespaard als we dat vergelijken met de andere passagiers aan boord.
The icing on the cake; Isla Santiago & Isla Rabida
Vandaag beginnen we onze dag vroeg met een dry landing op James Bay dat bekend staat om haar ‘fur seals’. Dit is de enige plek waar deze zeehondensoort voorkomt en ze worden helaas met uitsterven bedreigd omdat de mens in de afgelopen jaren te veel jacht gemaakt heeft op deze dieren. Ze zijn daarom ook heel angstig en territoriaal dus dichtbij komen is echt geen aanrader. Na een oververhitte wandeling langs deze dieren koelen we af in het water waar we oog in oog komen te staan met dezelfde dieren als ook een black tipped reef shark! WAUW!!!
Na een prima lunch en een spoedcursus merengue-dansen door de hilarische Canadese Cheng en één van de crewmembers stappen we weer in de dinghy en worden we afgezet op Jervis Beach op Isla Rabida. Dit is een vuurrood eiland vol met cactussen maar de hitte begint een beetje parten te spelen. We lopen over het eiland als we snel genoeg weer een duik in het water nemen waar de wetsuits niet eens voor nodig zijn omdat het water relatief warm is. En hier komt de eerste kers op de taart als we achtereenvolgens twee black tipped reef sharks zien die we minutenlang kunnen volgen, als ook een inktvis die we zichzelf telkens zien aanpassen aan de omgeving qua kleur.
Maar de echte kers op de taart komt als we weer aan boord zijn en koers zetten richting ons laatste eiland Seymour. In de verte zien we mantaroggen en dolfijnen hun sprongen maken in de lucht maar ineens zwemmen er zo’n vijf dolfijnen a la Titanic met onze boot mee. We gillen het uit en het ziet er echt zo gaaf uit!! De dolfijnen voeren recht voor onze neus een show op; ze springen, draaien en zwemmen minuten met onze boot mee. Met een gave laatste koprol lijken ze ons uit te zwaaien en verdwijnen ze weer. Omdat iedereen nog in de douche stond na de laatste snorkeltour staan we maar met een paar op het voordek en we stuiteren zelf nog minutenlang na van dit schouwspel. Wat is de natuur in de puurste vorm toch GAAF! Hierna maken we ons op voor de allerlaatste keer dineren samen met elkaar en bedanken we gezamenlijk de crew voor een onvergetelijke tour.
Een mooie afsluiting: North Seymour
De allerlaatste dag van onze tour met de Aida Maria begint onmetelijk vroeg als we al om 6 uur ’s morgens in de zodiacs stappen op weg naar het allerlaatste eiland: Seymour Norte. Ook nu weer een nieuwe diersoort in de vorm van de land iguana’s. Deze zijn, in tegenstelling tot hun broertje de marine iguana, veel kleurrijker.
Naast de land iguana’s lopen (en dansen) hier honderden blue footed boobies rond die een schitterende paringsdans voor ons opvoeren. Ook zien we de fregatvogels met hun rode bies. Deze rode bies kunnen de mannetjes als ze op zoek zijn naar een geschikt vrouwtje binnen een aantal minuten helemaal vol laten lopen met lucht waardoor het net lijkt alsof deze vogel met een grote ballon onder zijn kin rondvliegt. Grappig ziet het er in ieder geval wel uit.
Na het ontbijt wordt het dan toch echt tijd om afscheid te nemen van Ruben, zijn crew en een groot deel van de groep. Wij vertrekken samen met Mirko & Amanda, Wouter & Linda, Zoë (de Ierse) en Jardin (de Israëliër) terug naar Puerto Ayora. De rest van de dag doen we het rustig aan en lezen we wat in de hangmat bij Roby, onze Airbnb host, thuis. Onze allerlaatste dag sluiten we erg gezellig af samen met Amanda op het strand van Las Grietas waar we tussen grote basaltblokken door zwemmen en later sluit ook Mirko nog aan voor een aantal gezellige borrels en een heerlijk afsluitend etentje. En zo pakken we op de laatste avond onze spullen voor de terugreis naar Nederland..
Een droom in vervulling, een meer dan geslaagde tour langs de verschillende eilanden en een hele hoop indrukken verder komt er aan dit avontuur ook weer een einde. Ondanks dat we weten dat de crew en Ruben van de Aida Maria dit niet lezen willen we toch een groot woord van dank aan hen uitspreken want wat hebben zij mede gezorgd voor een onvergetelijke trip door de Galápagos! Daarnaast hebben we in onze handen mogen klappen met de groep want we hadden een hele jonge groep vergeleken met andere cruises die we tegen zijn gekomen. We hebben heel veel gelachen, gegierd en toffe gesprekken gevoerd en ook dat heeft ervoor gezorgd dat we naast Frans-Polynesië, Paaseiland en Antarctica de Galápagos kunnen toevoegen aan een heel bijzonder en illuster rijtje bestemmingen. Onze bucketlist is weer een stukje kleiner geworden maar we geloven wel dat die nooit ‘afgetikt’ gaat zijn.. Tot in juli in???

Cuba Libre

Landen in Cuba is als het maken van een timewarp maar dan tig jaar terug in de tijd. De Amerikaanse Pontiacs, Chevrolets en Lada’s bepalen het straatbeeld van zo goed als elke Cubaanse stad. In dat straatbeeld vind je, naast de typische auto’s, barretjes op elke hoek van de straat waar de rumba, salsa of son uit de speakers komt. Een glas pure Cubaanse rum is goedkoper dan een blikje fris en elke man met een beetje een respectabele leeftijd heeft een sigaar in één van zijn mondhoeken hangen. En dit alles in een land dat nog steeds zo goed als afgesloten is van de buitenwereld; internet is er niet en je gaat van ‘casa particulares’ naar ‘casa particulares’ die de Cubanen met alle liefde (en een beetje commissie) voor je regelen. Cuba; expect the unexpected!

Kleurrijk Havana
CHAOS! Dat is het enige woord dat we er voor over hebben bij aankomst op de luchthaven van Havana. Eerst staan we bijna 45 minuten op de landingsbaan te wachten tot het vliegtuig aan de slurf gezet wordt, daarna moeten we een uur wachten op onze bagage en vervolgens nog een uur in de rij om onze Euro’s om te wisselen voor Cubaanse ‘Cuc-jes’. Ondertussen passeren tig nieuwe televisies en andere geïmporteerde elektronica uit de V.S. ons. Op dit moment heeft Cuba nog een soort van handelsverdrag met de V.S. waardoor de Cubanen redelijk goedkoop hun producten kunnen invoeren en dat gebeurt dan ook massaal. Na geld gewisseld te hebben pakken we een taxi naar Casa Verde.
In Cuba zijn er amper hostels en daarom slaap je in zogenaamde ‘casa particulares’; een kamer bij een familie thuis, vergelijkbaar met de guesthouses elders ter wereld. ’s Nachts om half 1 bellen we aan bij The Greenhouse alleen blijken wij daar geen reservering te hebben! Na een sms’je gestuurd te hebben blijkt dat we bij het verkeerde Greenhouse staan (wie geeft haar huis dan ook dezelfde naam?!). Met bepakking naar de hoofdweg gelopen en daar een oude Amerikaanse bak aangehouden die ons wel naar het juiste adres wilde brengen. Een prima en mooie casa alleen had die maar plaats voor twee in plaats van drie nachten.
En hoe gaat dat dan in Cuba? Via via weten zij dan altijd wel iets anders voor je te regelen. Zo kwamen we de laatste nacht in Havana in de casa van Olympisch kampioen Dayron Robles op de 110 meter horden in Beijing terecht! Reizen in Cuba betekent nog meer dan in andere landen ‘live and let go’ want de mensen hier regelen elke keer jouw volgende verblijf. Van Havana tot Viñales en via Trinidad weer terug, overal lijken zij vrienden of familie te hebben die ons graag willen helpen.
In Havana lopen we in twee dagen door de drie belangrijkste wijken Vedado, Centro Havana en Havana Vieja met de laatste als favoriet. Al pratend en lachend met de Cubanen die gewoon spontaan een praatje met je willen maken lopen we langs de highlights van de stad. Als je aan Havana denkt dan denk je aan de grote oude Amerikaanse bakken, sigaren maar vooral veel salsa muziek. Op elke straathoek een artiest, op elke andere straathoek een dansende Cubaan. Van jong tot oud, rijk of arm en dik of dun.
Een aantal keren hebben we ons ook laten vervoeren in één van die typische auto’s en het lijkt net even alsof we in een Grease look-a-like film uit de jaren ’70 terecht zijn gekomen. Op Plaza Vieja, midden in de stad laten we het dagelijks leven aan ons voorbij trekken met een Cristal biertje en een Cuba Libre in de hand.
Sigaren, rum en rocking chairs in Viñales
Wanneer je een sigaar kauwende boer op zijn paard voorbij ziet galopperen en een ouder echtpaar vreedzaam in hun sillon (schommelstoel) op een veranda ziet zitten dan weet je dat je maar een paar kilometer verwijderd bent van het schattige dorpje Viñales in het westen van Cuba. Gelegen in een prachtige vallei hebben we drie dagen in het dorpje doorgebracht waar werkelijk op elke veranda een aantal schommelstoelen rustig meedeinen op de wind.
In Viñales lopen we één dag samen met een local door de Valle de Silencio (niet dat die zo heel stil was met de hordes toeristen die op dit moment Cuba bevolken). In deze vallei bezoeken we achtereenvolgens een tabak-, koffie- en rum plantage. Bij de tabaksplantage krijgen we uitleg over hoe tabak verbouwd en geoogst wordt en hoe hier uiteindelijk de oh zo bekende sigaren gemaakt worden. Natuurlijk moeten die sigaren, met naar eigen zeggen van de ‘guajiro’ (tabakboer) ‘de beste ter wereld’, geproefd worden. En zo voelt Gijs zich echt even Don Corleone op het platteland van Viñales.
Na een shot rum (de bekende Havana Club rum koop je hier in de barretjes voor omgerekend €1,00 en een Mojito blijft steken op een prijs van €2,50) wandelen we door naar een uitkijkpunt over de vallei en een meertje waar Gijs nog een duik neemt voordat we stoffig en al neerploffen bij één van de gezellige barretjes in Viñales.
De volgende dag huren we twee fietsen en verkennen we de omgeving van Viñales met haar plantages en grotten. Het is in Nederland dan wel hartje winter, hier vallen de mussen door de hitte van het dak. Vandaar ook dat we rond een uur of 3 op de veranda in de schommelstoel van onze eigen casa particulares bij een ouder echtpaar neerploffen en de wereld aan ons voorbij laten trekken. Als het zo over 40 jaar in Nederland ook kan dan tekenen we daarvoor hebben we besloten.
Koloniaal Trinidad
In één volle dag van het westen van Cuba, Viñales, naar het centraal-zuidelijke deel, de koloniale stad Trinidad. Een collectivo zou ons in iets meer dan 6 uur van A naar B brengen. Alleen kwam daar halverwege net voor Havana plek C tussen toen het hele busje (lees: gammel busje) overgeladen werd naar een nog gammeler busje waar in totaal 18 mensen in pasten. Nou ja, pasten.. Eigenlijk paste het voor Nederlandse begrippen niet maar voor Cubaanse begrippen ging het prima. En die 6 uur.. Die werden er 9… Toch goed en wel in Trinidad geraakt waar we weer in een casa bij een familie thuis sliepen.
Trinidad is te vergelijken met Antigua in Guatemala en zelfs een beetje met Cuzco in Peru. Ongeplaveide straten, veel koloniale huizen en wederom schalt uit elk huis de muziek je tegemoet. Trinidad staat ook bekend om het gegeven dat er heel veel live muziek gemaakt wordt op straat en om die reden voelde Trinidad meteen als de beste keuze van Cuba.
Drie dagen spenderen we hier en ook hier vieren we weer een memorabele Oud en Nieuw. Wanneer we op oudejaarsdag aan de ontbijttafel op het dakterras zitten horen we een varken oorverdovend krijsen. Even later is het stil en als we naar beneden kijken zien we dat het varken bijna voor onze neus geslacht wordt. Dit blijkt in Cuba een ritueel te zijn op de laatste dag van het jaar. Al lopend door het kleine stadje ruiken en zien we meerdere varkens aan het spit ronddraaien terwijl de gehele familie met een biertje of glas rum in de tuin zit.
De Cubanen zijn echte familiemensen en dat blijkt in alles. Ze nodigen je elke keer bij aankomst in een casa meteen uit voor het avondeten en het ontvangst is elke keer meer dan hartelijk. Ons Oud en Nieuw vieren we samen met nog duizenden anderen op Plaza Mayor. We betalen de entreeprijs van één hele CUC (omgerekend 1€) en wanneer we net een drankje in de hand hebben komen we Koen, een collega van Siets, met zijn schoonfamilie tegen. Samen met hen hebben we een gezellige avond die we na 0.00 (waar gek genoeg om 00.10 op het hele plein de muziek uitgaat en het feestje ‘finito’ is) op de meest gekke plekken in Trinidad voortzetten. Zo komen we eerst terecht bij een straatfeest om de hoek bij het plein, vervolgens bij een grot waar een discotheek in zit en sluiten we de avond af bij een ander straatfeest waarbij locals samen met toeristen helemaal uit hun dak gaan. Een goed begin van 2017!
Nieuwjaarsdag staat voor ons in het teken van een echte Nieuwjaarsduik; alleen wel in water van zo’n 25 graden in een helderblauwe zee! Na een dagje bakken en boekje lezen op het strand mengen we ons in het feestgedruis van Trinidad. Nieuwjaarsdag wordt hier waarschijnlijk grootser gevierd dan oudejaarsdag want 1 januari is ook de dag waarop in 1959 de Revolutie ontketend werd door Castro.
Wanneer we richting onze casa lopen worden we aangesproken door Luis op zijn kleine kruiwagen. Luis is 70 jaar lang historisch geograaf geweest en dat levert mooie gesprekken op. Daarnaast zegt hij een poëet te zijn en in nog geen twee minuten heeft hij een gedicht voor en over ons op papier gezet.
Wanneer we naar onze casa lopen denken we de kern van Cuba ineens te pakken te hebben: de mensen zijn zo ontzettend expressief! Of het nu door middel van dans en zang is of door schilderijen (in Havana werd Siets in no time nagetekend door een jonge vrouw) en gedichten, de Cubanen zijn echt sterren in het uiten van gevoelens. Niet de auto’s en de gebouwen maakten de meeste indruk op ons maar de Cubanen zelf…
St(r)andje relaxed in Varadero
Na een taxiritje in een oude Peugeot uit 1993 waarbij we het idee hadden over de weg te vliegen in plaats van te rijden komen we tegen het begin van de middag in het stadje van de resorts aan; Varadero. Twee nachten hadden we al via onze casa in Trinidad geboekt maar de eerste nacht nog niet. Geen probleem dachten wij, we vinden vast wel iets. Maar na 5 uur rondwandelen en door een aantal Cubanen letterlijk elke casa te laten bellen was er werkelijk in heel Varadero nog maar één kamer over in een 4* all inclusive resort. En omdat we niet nog een keer een nacht in een slaapzakje op het strand door wilden brengen besloten we om na het ‘Lech-verhaal’ van Bart en Daan ons eigen ‘Varadero-verhaal’ te maken.
Eén nacht in een resort en daar vervolgens de andere twee dagen nog heerlijk van profiteren. Je bent toch op een budget he?!? Die luxe was een prima afsluiting van Cuba en met zo’n fijn bandje om je arm voelden wij ons even de koning te rijk in Varadero. We konden in ieder geval met 90% van de bezoekers van Varadero mee want resorts zijn hier eerder regel dan uitzondering. En met Varadero kwam er ook een einde aan twee weken backpacken door kleurrijk en gastvrij Cuba.
Cuba; expect the unexpected!
Cuba, een land met een bewogen geschiedenis en voor ons een mega last minute! We zijn echt heel blij dat we de kans gehad hebben om kort na het overlijden van Castro nog het ‘oude’ Cuba te zien. Hebben we daar nu heel veel van gemerkt? Van het regime van Castro (zowel Fidel als zijn broer Raùl) merk je zo in het straatbeeld niet zo veel. De economische positie van de Cubanen is niet altijd even best te noemen maar daardoor hechten ze wel heel veel waarde aan hun familie.
Bovenal is Cuba een ontzettend gastvrij en veilig land waarvan we wel denken dat steeds meer toeristen hun weg zullen vinden naar dit mooie eiland. De oude Trabantjes en Lada’s zullen de komende jaren steeds meer en meer uit het straatbeeld verdwijnen en plaats gaan maken voor de modernere auto’s, net zoals dat ook internet gemeengoed gaat worden in dit straatbeeld.
In dat opzicht zijn we blij dat we redelijk halsoverkop vertrokken zijn op de vooravond van Kerst en in het andere opzicht was het ook wel weer eens fijn dat we Kerst en Oud & Nieuw nog eens in een korte broek en met zonnebril konden vieren.  Blijven we volgend jaar dan thuis met Kerst? Wie weet… Maar eerst ‘ontzomeren’, iedereen in Nederland fysiek een gelukkig en gezond 2017 wensen en ons dan alweer snel genoeg opmaken voor een nieuw avontuur in april: de Galapagos-eilanden!! Hasta luego!

Viva Colombia

Bij het land Colombia komen vaak de woorden 'FARC, drugs, gevaarlijk en onbereisbaar' naar voren. Wij zouden er graag het volgende van willen maken 'gastvrij, bereisbaar, vriendelijk, eerlijk en oprecht'. Nog nooit hadden we in Latijns-Amerika het gevoel zo gastvrij en eerlijk behandeld te worden als hier in Colombia. Omdat het de Colombianen ontbreekt aan trekpleisters als een Machu Picchu of een Borobodur werkt het land harder aan het trekken van toeristen dan elk ander land. En dat begint en eindigt bij de oprecht vriendelijke en goedlachse bevolking. Hopelijk krijgen jullie net zo'n ander beeld van Colombia na het lezen van ons verhaal dan dat wij hebben na 3,5 week reizen door dit land. Pura vida COLOMBIA!

The Darien Gap
Ons vorige verhaal eindigde in Capurganá, een onontdekt pareltje op de grens met Panama. Dat pareltje heeft een dubbele lading; enerzijds zijn er de mooie plekjes (waar wij er één van te pakken hadden, hoog op een berg aan de rand van de jungle) en anderzijds is daar The Darien Gap. The Darien Gap is een bijna ondoordringbare jungle vol gevaren van giftige en gevaarlijke planten en dieren tot nog zo heel af en toe drugssmokkelaars en guerrillastrijders. Wij zien daar gelukkig niets van, alleen het groen van het bladerdak.
Dagelijks komen in Capurganá Haïtiaanse bootvluchtelingen aan. Zij hebben geholpen bij de bouw van de voorzieningen voor de Olympische Spelen, zijn daar niet meer nodig en vertrekken vanuit Brazilië, door Peru, Ecuador en Colombia naar Panama om zo in de V.S. te geraken in de hoop op een beter leven.
Daarnaast zie je geregeld kleine vliegtuigjes op een hoogte net onder de radar overvliegen en dan hoeven wij jullie niet te vertellen dat die niet 'gewoon' de post komen bezorgen in dit deel van Colombia. Cocaïne is een wijdverspreid goed maar een keer nee knikken voldoet al en met een lach lopen de Colombiaanse mannetjes dan bij je weg. Op de ochtend dat we Capurganá achter ons laten is de feestmuziek dan ook niet van de lucht. De lieve hosteleigenaar zegt dat ze waarschijnlijk een verjaardag vieren maar als wij langs het desbetreffende huis lopen waar we een groep jongeren nogal high zien wezen denken we eerder dat het feestje te danken is aan een goed afgeleverde lading cocaïne dan een echte birthday bash.
Koloniaal Cartagena
Cartagena is één van de oudste koloniale steden van Colombia waar we een aantal dagen heerlijk rondgestruind hebben. De witte stad wordt ook wel de koningin van de Caribische kust genoemd en dat snappen we wel; al wandelend van terrasje naar fruitbarretje naar stadsmuren van waaruit we gigantisch ver de Caribische Zee konden bekijken verkenden we de mooie stad.
Cartagena lijkt 's avonds wel een beetje op een gemiddelde Spaanse stad met al haar gezellige barretjes en straatartiesten en het was ook in Cartagena waar we Gijs zijn 33e verjaardag vierden met een heerlijke Argentijnse steak en het was ook in Cartagena waar we een dag later allebei wat ziekjes waren maar dat mocht de pret niet drukken. Een dagje herstellen betekende weer relatief fit op weg naar het jungledorpje Minca.
Mooi Minca
Wanneer we in het hoger gelegen Minca aankomen lijkt het helemaal alsof we een sprookje van Grimm of Andersen binnen wandelen; grote palmbomen, andere plantjes en ontelbaar veel verschillende tropische dieren die ons tegemoet floten of kwetterden. Casa Loma is een prachtig hostel gelegen op net zo'n prachtige plek. Alleen ligt die plek wel ver boven Minca wat betekende dat we in een tropisch klimaat met onze rugzak en backpack tig treden omhoog moesten om er te komen; maar wat was het dat waard! Ons kleine hutje in de jungle heeft waarschijnlijk het beste uitzicht want wanneer we 's morgens wakker worden kijken we uit over de jungle van Noord-Colombia.
In Minca wandelen we de dagen daaropvolgend eenmaal in de tropische regen naar een waterval samen met de Friese Grietje en de andere dagen chillen we bij het hostel of wandelen we naar een andere waterval. Het plan was om naar de grootste hangmat ter wereld te gaan maar er bleek in de periode dat wij hier zaten net een bruiloft van een week aan de gang te zijn dus helaas ging dat feestje voor ons niet door. Het maakte ons verblijf in Minca in ieder geval niet minder gaaf.
Adrenaline rushes in San Gil
Met een nachtbus waarbij beide chaufs bijna doorkunnen als Formule 1-coureurs komen we 's morgens heel vroeg in de 'Adrenaline Capital' van Colombia aan; San Gil. San Gil staat garant voor verhoogde hartslagen en dat hebben we zeker ervaren. Op dag 2 dat we in het lieflijke stadje verblijven gaan we samen met José een dagje canyoningen. Met de lokale bus worden we ergens langs de kant van de weg gedropt en lopen we de canyon in. De eerste sprongen van 6 meter hoge rotsen worden gewaagd en kort daarop volgen ook de eerste afdalingen aan een touw langs rotsen en door watervalletjes.
We zijn vandaag maar met z'n drieën en dat maakt het juist zo gaaf. Halverwege de tocht worden we vergezeld door Caine, een wilde hond die de kliminstructeurs beschermd, en zo vervolgen we de tocht met z'n vieren. De kers op de taart moet dan nog komen als we vlak daarna abseilen van een meter of 20 en tot slot van een rots afspringen op 10 meter hoogte. Een mooi dagje adrenaline snuiven.
Lang de tijd om hiervan bij te komen hebben we niet want de volgende dag staat de meest spectaculaire rafttrip op het programma die we so far gehad hebben. Na een ontzettend uitgebreide safety instruction, zowel op het droge als in het water, gaan we in een raft de Rio Suarez op. De rapids met categorie 1 en 2 worden snel opgevolgd door rapids met een categorie 3, 4 en zelfs 5!
Doordat we voor in de boot zitten is het avontuur nog een stuk spectaculairder omdat je echt ziet en voelt hoe de raft geregeld een duik maakt en de golven volledig over de raft heenslaan. We peddelen tot we spierpijn hebben en een aantal keren vissen we andere toeristen uit het water die uit één van de andere rafts geslagen zijn. Hoe gaaf is dit! Na twee uur water happen en flink peddelen komen we bij het eindpunt aan en sluiten we de rafttocht doorweekt af met vers fruit en een biertje.
's Avonds wagen we ons met een blik andere toeristen aan een spelletje tejo, een typisch Colombiaans spel waarbij je met een soort discus/kogel/gewichtje probeert om van een flinke afstand op een bak met klei te gooien. In die bak liggen twee kleine driehoekjes en als je die vol weet te raken dan knallen ze uit elkaar met een oorverdovend lawaai omdat in die driehoekjes buskruit zit. Het spel verder heeft heel veel weg van jeu de boules alleen is dit een stuk moeilijker.
De dag waarop we met de volgende nachtbus naar Medellin vertrekken pakken we in de ochtend eerst nog een lokale bus naar het mooiste witte stadje van Colombia; Barichara, wat zoiets betekent als 'stad van compleet relaxen'. We lopen door de straten met grote keien, passeren witte lemen huisjes met rode daken en genieten van de vergezichten op de Andes. Barichara was een prima afsluiting voor ons en voldaan (en ook een beetje vermoeid) nemen we die avond de nachtbus naar de stad van Pablo Escobar; Medellin.
Het Medellin van de Paisas en een beetje van Escobar
Tot zo'n 20 jaar geleden was Medellin nog de gevaarlijkste stad van de wereld maar sinds die tijd is er veel, heel veel, veranderd. Hoeveel er in die jaren daarna veranderd is wordt ons duidelijk wanneer we een Real City Tour boeken met gids Hernán die geboren en getogen is in de stad en de stad dus ook kende van toen het nog echt gevaarlijk was. In zijn jeugd was het elke keer maar weer de vraag of hij levend terug kwam van school als hij een voet buiten de deur zette. Hij vertelt, soms geëmotioneerd, maar altijd bevlogen hoe in de jaren '80 het Medellin van Pablo Escobar tot stand kwam en hoe de nieuwe regering sinds 2002 werkt aan een beter bestaan voor elke Colombiaan.
De sloppenwijken van Medellin beschikken nu over roltrappen en ook al lijkt dit een kleine vooruitgang, het is wel een vooruitgang met erkenning dat ook de inwoners van de armste wijken er toe doen. De onderhandelingen die op dit moment gaande zijn met de FARC zijn volgens Hernán niet per definitie goed of slecht. De FARC-strijders zijn voor een keuze gesteld; of zichzelf vrijwillig aangeven en als straf 8 jaar op het land werken of wanneer ze zichzelf niet aangeven maar opgepakt worden een straf uitzitten van 20 jaar. En zoals Hernán het keer op keer verwoord: 'I rather prefer peace above justice'. Soms moet je kiezen voor vrede in plaats van gerechtigheid om als land verder te kunnen.
De geschiedenis van Colombia is gewelddadig en dat is ook de reden waarom buitenstaanders die de geschiedenis kennen vaak huiverig zijn als het gaat om reizen binnen Colombia. Toch is die geschiedenis van Colombia meer dan de dertig jaar dat er oorlog gevoerd wordt tegen de drugskartels. Tegenwoordig is Medellin (en daarmee ook het grootste deel van Colombia) veilig en zeker net zo veilig, of zelfs nog veiliger, dan een land als Peru of Argentinië. Natuurlijk zijn er wijken waar je na de avondschemer niet meer moet komen maar datzelfde geldt ook voor de gemiddelde Nederlandse stad. Eigenlijk tovert elke Colombiaan (of Paisas zoals de inwoners van Medellin zich noemen) een lach op zijn of haar gezicht, wil een handdruk of in het geval van Siets krijgt ze zelfs een knuffel van een hele oude opa. Gewoon.. om hallo te zeggen en gewoon.. om te laten merken dat ze blij zijn dat wij er zijn! In welk land krijg je dat nu nog?!
Na deze indrukwekkende tour die de hele middag in beslag nam gingen we een dag later nog een stukje verder met de zogenaamde 'Pablo Escobar Tour' waarbij we een inkijkje kregen in zijn leven. De Colombianen zullen hem ook nooit bij zijn volledige naam noemen omdat ze er het liefst niet mee geassocieerd willen worden. Voor een enkele Colombiaan is hij goed geweest door het grootste probleem in Colombia te verhelpen; de huizennood. Maar voor het gros van de bevolking bracht 'El Patron' van het grootste drugskartel ooit alleen maar rampspoed.
Even een aantal feitjes om de twintig jaar die de drugskartels geheerst hebben over Medellin samen te vatten:
- Direct en indirect levert de drugshandel werk aan 1,7 miljoen mensen in Colombia;
- Toch maakt de drugshandel maar 3% van het totale BNP van het land uit wat wil zeggen dat de andere 97% voorkomt uit de grote rijkdom aan grondstoffen die het land bezit;
- Het grootste probleem binnen de drugshandel is niet de productie en het verwerken hiervan maar de landverdelingen waarop de cocaïne geteeld wordt;
- In 1991 kende het aantal moorden in Medellin haar hoogtepunt met 381 moorden op 100.000 inwoners. Ter vergelijking: Londen en Parijs kennen een cijfer van 3.8 op 100.000 inwoners. Het aantal is nog nooit zo laag geweest als de afgelopen jaren;
- Pablo Escobar was niet de grootste drugsbaron binnen het Medellin-kartel, want dat was zijn neef Gustavo, maar wel de bekendste;
- Sinds 2002 is er een verschuiving te zien binnen de drugshandel van Colombia naar Mexico als centraal punt;
- Tot een aantal maanden geleden mocht geen enkele motorrijder met helm rijden en was het ten strengste verboden om een man achterop je motorbike te hebben. Of dit nu je vriend, je broer, je vader of je zoon was, het mocht absoluut niet. Het eerste vanwege de identificatie van de moordenaar en het tweede omdat de schutters achterop de motorbike in bijna alle gevallen mannen bleken te zijn..
Samen met nog 10 andere toeristen en de gidsen Nicolas en Paula rijden we langzaam langs alle gebouwen waar Escobar zijn stempel op gedrukt heeft. Zo passeren we gebouw 'Monaco' van waaruit hij zijn command center had. Opvallend aan alle gebouwen die Escobar bezat is dat ze allemaal wit zijn (en dat is gek in een stad die volledig herrezen is uit rode bakstenen), voor elk gebouw een rij palmbomen staat en geen enkele van die gebouwen nog een functie heeft heden ten dage vanwege het feit dat er altijd wel een afgeleide van het kartel is die met behulp van de nodige corruptie zorgt dat er geen nieuw doeleinde komt voor deze leegstand.
We passeren ook het graf van Escobar en het huis waar hij doodgeschoten is, een dag na zijn 44e verjaardag. Het lugubere aan het verhaal is dat er nog steeds roddels de rondte doen over wie hem nou vermoord zou hebben. Waren het de Pepes (People persecuted by Pablo Escobar), de politie of heeft hij zichzelf uiteindelijk door het hoofd geschoten nadat hij kort daarvoor in zijn heup en borst geraakt was?! We eindigen de tour met wederom persoonlijke verhalen van Nicolas en Paula die beiden twee jaar jonger zijn dan wij en werkelijk alles in hun jonge levensjaren meegemaakt hebben dat je niemand toe zou wensen. De reden dat zij deze tour gestart zijn is om te laten zien dat Colombia meer is dan Escobar en zijn drugskartel en dat het land liever niet herinnerd wil worden aan deze geschiedenis. Net zoals Duitsland dat liever niet wil met Hitler. Zij willen de gemiddelde toerist een reëel beeld meegeven van Colombia en daarnaast de boodschap meegeven dat als je ergens in gelooft je echt die verandering kunt zijn die je teweeg wilt brengen.
Behoorlijk onder de indruk verlaten we 's middags de stad voor een uitstapje naar het mooie Guatapé, met prachtig uitzicht over een merengebied, maar wat zijn we blij dat we deze stad op een veilige manier kunnen bezoeken. De Paisas en eigenlijk alle Colombianen zijn een ontzettend optimistisch volk. Ondanks hun gruwelijke geschiedenis houden ze liever vast aan kleine hoogtepunten. Zo stond het land laatst compleet op haar kop toen ze een aantal gouden medailles wonnen tijdens de Olympische Spelen en praten ze nog steeds over het legendarische gelijkspel tegen Duitsland op het WK van 1990! Wij hebben ons geen moment onveilig gevoeld in deze stad want de Paisas zijn ontzettend blij en trots om hun hernieuwde stad Medellin aan ons te tonen.
Als kers op de taart in Medellin gaan we de zondagavond naar een wedstrijd van Atlético Nacional, de club die afgelopen seizoen de Copa Libertadores won, tegen Millionaires uit Bogotá. Gehesen in het groen-wit van de club gaan we samen met een groep toeristen al lopend op weg naar het stadion. Vanuit alle hoeken zien we de diehard supporters aankomen en al zingend het stadion binnen gaan. We hebben kaartjes gekregen met een bepaald vak, rij en stoelnummer maar bij het naar binnen gaan zegt onze gids Andres: 'Ga gewoon zitten waar je zin hebt en waar plaats is'. En zo staan we tussen de locals recht tegenover het vak van de harde kern. Wat een sfeer, wat een avond en wat een wedstrijd! De harde kern springt, stampt, zingt en trommelt de volle 90 minuten en het hele stadion deint mee (voor een impressie net na de 1-0 bekijk het filmpje hier).
En wij staan 90 minuten al springend en hossend met een grote grijns op ons gezicht want zoiets maak je in de Nederlandse competitie never niet mee. Niet zoals de supporters hier maar ook niet qua voetbal; niks liggen om een klein pijntje, de scheids fluit bijna voor geen enkele overtreding en de spelers bikkelen gewoon door.  Na een verhitte strijd (Millionaires mist ook nog een penalty) sleept AN de winst met 1-0 binnen en kunnen ze zich opmaken voor de volgende wedstrijd die een paar dagen daarna al plaatsvindt. Ook anders dan in Nederland.. Wij hebben genoten en wat was dit een hele vette afsluiting van indrukwekkend Medellin…
Zona Cafeteria en waxpalmen
Een oneindig lijkende busrit bracht ons naar één van onze laatste bestemmingen van deze reis: Salento, een klein dorpje in de koffieregio van Colombia. In een afgelegen hostel op een half uur lopen over een stoffige zandweg vanuit Salento gooien we onze backpacks neer voor vier nachten. Samen met een clubje Britten, Amerikanen, Nieuw-Zeelanders en Belgen gaan we de dag daarna al hikend de Valle de Cocora in. Deze prachtige vallei staat vol zogenaamde waxpalmen; bij het kappen van het tropisch regenwoud wisten de boeren niet wat ze met die 60 meter hoge palmen moesten en hebben ze maar laten staan.
De dag daarna gaan we naar een koffieplantage waar we in drie uur tijd een mooie en goede uitleg krijgen over hoe en waarom koffie op een bepaalde manier verbouwd en geproduceerd wordt in Colombia. Colombia is de nummer vier van de wereld als het gaat om de grootste koffieproducenten maar toch drinken de Colombianen zelf alleen de koffie van een mindere kwaliteit.
Onze laatste dag in Salento spenderen we op een paard als we al hobbelend over de oude onverharde weg van de Spaanse kolonisten (die loopt van Santa Marta in Noord-Colombia naar Lima in Peru) naar een waterval gaan. Van het hiken hadden we conditioneel totaal geen last maar na drie uur hobbelen en galopperen op een paard zijn we zo moe dat we 's middags in een hangmat bij het hostel in slaap vallen.
Downhill in poppig Popayan
Het laatste stadje dat we aandoen voordat we de grens met Ecuador passeren is het witte stadje Popayan, in het zuiden van Colombia. Het is net als Cartagena een koloniale stad alleen worden de straten hier niet bevolkt door toeristen maar door studenten. Op de zaterdag gaan we voor onze sportactiviteit en pakken we de mountainbikes, gooien die in een busje en gaan op weg naar de thermale baden van Tibia in de buurt van een vulkaan.
Op de één of andere manier waren die baden niet zozeer de attractie maar wij wel! Gingen wij in een leeg bad nummer 1 dan was dat bad binnen no time vol met locals die een praatje met ons wilden maken of ons gewoon aanstaarden. Liepen we verder naar leeg bad 2 dan had ineens iedereen hetzelfde plan. Aan verhalen geen gebrek in ieder geval. Na een uurtje of twee in de baden rondgehangen te hebben was het tijd om de 30 kilometer terug naar Popayan af te leggen. Ongeveer 26 kilometer ging hard downhill maar een aantal kilometer moesten we ook (soms steil) omhoog. Een heerlijke activiteit en hiermee sluiten we Colombia af. Morgen gaan we voor hardcore bussen (zo'n 11 uur) om op tijd voor onze vlucht in Quito, Ecuador, aan te komen.
En dan zit het er weer op.. De 5,5 week zijn omgevlogen en we hopen dat, ondanks dat het een veel langer verhaal geworden is dan gepland, we het juiste beeld hebben kunnen schetsen van Colombia. Tijdens onze wereldreis werden wij al enthousiast gemaakt over het land en nu hebben we zelf kunnen ervaren en ondervinden wat alle backpackers ons al vertelden: Colombia is waanzinnig! Het land leeft, danst, zingt en dat komt vooral door de bevolking die voor ons ab-so-luut het vriendelijke volk is dat we tijdens al onze reizen tegen zijn gekomen. Het enige dat we dan ook hopen is dat iedereen alle angst, schroom en twijfels opzij durft te zetten en een ticket boekt naar dit land. Dan gaan wij ondertussen nadenken waar wij ons volgende ticket naartoe zullen boeken…..

Panamazing!

Een klein landje dat op de kaart misschien nauwelijks te vinden is maar wereldwijd faam kreeg vanwege het Panamakanaal en de Panama Papers. Voor ons kreeg Panama niet alleen de bekendheid vanwege dat kanaal maar temeer om haar ontzettend vriendelijke bevolking, openheid, eerlijke mensen en een geweldige natuur. Panama; het land van tropische stranden, jungle maar ook het land waar vrouwtjes andermans kinderen op schoot trekken bij een gebrek aan zitplaatsen in overvolle bussen, oude mannen altijd naar je grijnzen en sommige bussen over een afstand van nog geen 50 kilometer met gemak meer dan twee uur doen. Hola Panamazing!

The skyline van Panama City
Na een avond en een ochtend gespendeerd te hebben in Willemstad, Curaçao (KLM was zo vriendelijk om ons hier een nachtje te laten doorbrengen) komen we na voor ons gevoel de langste landing ooit, in heet Panama City aan. Ciudad de Panama is een moderne stad met een ongelofelijke skyline die je misschien niet meteen zou verwachten bij een stad in een land dat nog hard aan de weg timmert. We laten ons door een taxi afzetten in de "hotelwijk' van Panama City maar we moeten duidelijk nog even wennen. Na een goede douche dachten we even een powernapje te nemen maar die duurde toch iets langer dan de gestelde 20 minuten en ongeveer 10 uur later werden we wakker..
Na een prima pannenkoeken-ontbijt pakken we de lokale bus en gaan we richting het bekende Panamakanaal. Een aantal maanden geleden is er een tweede kanaal naast het oorspronkelijke geopend en kunnen de giga containerschepen daar doorheen. De schepen komen ofwel van de Caribische Zee ofwel van de Grote Oceaan en doorkruisen Panama op weg naar een ander werelddeel. Afhankelijk van de grootte en het gewicht van het schip betalen ze een bepaald bedrag, variërend van $30.000 tot het hoogst betaalde bedrag ooit van $376.000. Het kanaal bestaat uit drie sluizen en in ongeveer 10 minuten lopen de sluizen vol zodat de boten door kunnen varen. Een indrukwekkend en knap staaltje engineering dachten wij zo.
Wandelen in een fairytale
Panama City laten we na een volle dag al achter ons wanneer we de nachtbus pakken richting David en vervolgens een oude schoolbus naar Boquete. Boquete is een lieflijk bergdorpje en dat vinden ook ongeveer 1000 Amerikaanse gepensioneerden want het dorpje zit er vol mee. Nadat we ons geïnstalleerd hebben in een soort vrijwilligershostel aan de rivier besluiten we wat plannen te maken voor de komende dagen. Boquete staat bekend om haar hikes als ook om de koffieplantages dus de planning is zo gemaakt.
De eerste dag wandelen we rustig door Boquete en gaan we bij een koffieplantage de lokale koffie proberen. Klaarblijkelijk viel die zo goed in de smaak dat we nu al een week of twee met een zak koffiebonen in onze backpack rondreizen. De andere dag maken we een mooie hike naar de "Three lost Waterfalls".
Een wandeling waarbij we door de dichte jungle hobbelen op weg naar de watervallen. Als we de eerste twee watervallen gehad hebben besluiten we te lunchen maar aangezien het om tropisch regenwoud gaat is een droog plekje om te zitten nog niet zo makkelijk. Midden in de rivier zien we een plateau, alleen, om daar te komen moet je toch op de één of andere manier door de rivier zien te waden. Diegenen die ons hink-stap-verhaal uit Nieuw-Zeeland nog kunnen herinneren weten dat dit geen succes was. De schoenen uit doen wel en dat hebben we gedaan; wadend door het koude water hadden we een prima lunch-spot te pakken.
Na deze hike van een halve dag sluiten we Boquete af bij Mike's Global Grill; een typisch Amerikaans restaurant met veel tv's waarop elke Amerikaanse sport te zien is, luide muziek en veel Amerikanen.

Hiken en tuben in Santa Fe
Met nog een aantal dagen te overbruggen voor ons vertrek naar het paradijs dat San Blas heet besluiten we om niet naar het strand te gaan maar om naar een nog kleiner bergdorpje te trekken op weg terug naar Panama City.
Santa Fe is alleen te bereiken via een hobbelweg in een nog gammeler busje. Na 1,5 uur 'stoeken' komen we aan in het dorpje en gaan we naar één van de weinige hostels die het dorpje heeft. Helaas zit dat hostel natuurlijk vol, op één dormbed na dus slapen we één nacht samen in een eenpersoonsbed.
De dag daarna besluiten we om een wandeling te maken van zo'n 5 uur op zoek naar een waterval. De eerste twee uur gaan steil omhoog (daar gaan de kuiten) en na een cryptische omschrijving van de hosteleigenaren vinden we de ingang naar de watervallen. Alleen hadden we dan misschien de ingang wel gevonden, die waterval zat goed verstopt. Met een kabbelend riviertje hebben we dan maar genoegen genomen en zijn daarna omgedraaid, terug richting Santa Fe. Ongeveer halverwege konden we een onverhard pad door de jungle terug nemen en dat hebben we dan ook gedaan. Dwars door de blubberende jungle op zoek naar toekans!
Het enige levendige dat we vonden was een voetbalveld werkelijk midden in de jungle waar twee elftallen bloedfanatiek door de modder en het moeras stampten op weg naar de overwinning. En dan zitten er ook nog eens zo'n 200 toeschouwers langs de kant waarbij je jezelf alleen maar afvraagt 'WHY?' en 'Hoe komen die daar?' aangezien er welgeteld vijf 4x4's geparkeerd stonden.
Met een behoorlijke spierpijn in de benen vertrekken we de volgende ochtend samen met een Fransoos en een Spaans stel naar William (wie kent hem niet) om samen met hem te gaan tuben op de rivier. We hebben duidelijk de beste dag uitgekozen want de lucht is strakblauw en de zon schijnt volop. Een heerlijk tochtje over de rivier met hier en daar een mooie rapid.
Samen met het Spaanse stel besluiten we om na het tuben naar een organic farm te gaan van een oud echtpaar en wat een goede keuze was dit! De vrouw des huizes is een ontzettend goede kok en de man vertelt ons honderduit over de geschiedenis van de Mestiezen die nog in dit deel van Panama wonen.
Daarna neemt hij ons mee over hun 6 hectare grote finca en laat hij zien hoe hij zichzelf en zijn hele familie onderhoudt met alle vruchten, planten, groenten die hij verbouwt en de dieren die hij houdt. Na de voortreffelijke lunch wandelen we met z'n vieren verder naar een swimhole waar we samen met de lokale bevolking een verfrissende duik nemen. We sluiten Santa Fe af met heerlijk Cambodjaans eten voordat we in een bus terug naar Panama City stappen die werkelijk waar over 50 kilometer 2,5 uur gedaan heeft. Maar goed, better safe then sorry..
Paradijs in Panama
Superlatieven schieten tekort bij het schrijven van dit stukje kunst, pracht en praal.. Op de goddelijke tijd van 5 uur 's morgens staan we voor ons hostel in Panama City paraat om in een 4x4 gepropt te worden samen met nog 5 Engelsen. Onder de muzikale klanken van 'Ain't no mountain high enough' scheuren we door de bergen op weg naar de Guna Yala stam die woont op de 177 eilanden die San Blas rijk is.
Onze groep van 27 bestaat uit heel veel (hilarische) Britten, Ieren, Amerikanen, Nieuw-Zeelanders, Australiërs, Duitsers en nog één andere verdwaalde Nederlander. Wanneer we onze tassen in driedubbele vuilniszakken gepakt hebben worden ze op de boot geladen en gaan we op weg naar het eerste eiland: Coco Bandera. Voordat we daar aankomen hebben we nog een behoorlijk heftige boottocht voor de boeg aangezien we midden in een tropische storm terecht komen en we nog geen 5 meter voor ons uit kunnen kijken. De golven slaan vol de boot in en iedereen is dan ook drijf- en drijfnat.
Als we op het eiland aankomen schuilen we een tijdje totdat de regent ophoudt en de zon haar best doet om door de wolken heen te komen. En het lukt! Wat een paradijs!! We slapen op het eiland in hangmatten en er is nog één Guna familie aanwezig op dit eiland. Het woord paradijs voldoet eigenlijk echt niet want het is nog mooier dan dat!! De rest van de dag spenderen we met zwemmen, snorkelen, volleyballen en vooral heel veel lachen met onze toffe groep.
Marco, onze Italiaanse gids, kan idioot (sorry, een ander woord hebben we er niet voor) goed koken en schotelt ons de eerste avond een zeebanket voor waar je u tegen zegt: verse garnalen in knoflook, ceviche van inktvis en de beste Italiaanse pasta die we gehad hebben.
Als we 's morgens vroeg wakker worden schijnt de zon ons tegemoet en het is een onbeschrijfelijk gevoel als je op een haast onbewoond eiland wakker wordt met een omtrek van welgeteld 3 minuten wandelen. De volgende dag gaan we door naar Isla Iguana wat een onbewoond eiland is en slapen we op Tupile, één van de vier grotere communities van de Guna.
De Guna is een volk dat oorspronkelijk afkomstig is uit Colombia maar zo'n 200 jaar geleden naar het oosten van Panama vertrok. Zij leven vooral van de visvangst en hun opbrengsten komen voort uit het verkopen van kokosnoten. Dat aantal is exorbitant hoog want elke maand komen er zo'n 20.000 kokosnoten van de palmen op hun eilanden af die elk zo tussen de $0,80 en $1,50 opbrengen.
Qua uiterlijk lijken de Guna ook totaal niet op de Panamezen of Colombianen; ze hebben echt een soort typische Aboriginal-uiterlijk met spitse en hoekige gezichten. Spaans spreken ze nauwelijks maar ze ogen vriendelijk al is contact maken met ze nogal lastig want aankijken doen ze je niet echt.
De laatste volle dag van onze San Blas-trip spenderen we op Isla Pino. Eerst aan de kant waar het tropische strand zich bevindt en later in de kleinste Guna-community die zo'n 300 inwoners telt. We slapen met zijn allen voor de derde nacht in hangmatten alleen nu ook nog eens allemaal bij elkaar in het gemeenschapshuis. De Guna blijken alles in een hangmat te doen en als we alles zeggen dan bedoelen we ook echt alles (denk maar in hoe creatief die mensen moeten zijn).
Elke avond werd er in de groep een nieuw drankspel georganiseerd en dit keer was dat funkyball; hilarisch was het in ieder geval wel dus mochten jullie de spelregels willen weten.. Op een volgend Knots, Hok of Hennieweekend zullen we ze wel vertellen.
De rode draad van onze trip was toch wel het niet werken van één van de lancha's (boten) want elke dag bleek er wel één niet te werken (fijn zo kabbelen op open zee… De vissen werden door een aantal een keer extra van eten voorzien). Na vier dagen met een gezellige en toffe groep komen we bij de grens van Colombia aan en stempelen we onszelf het land in (wat nog hilarisch bleek te zijn omdat de Colombiaanse migratie net iets anders werkt dan alle anderen; met een smartphone staat de ambtenaar die op dat moment dienst heeft in contact met een beambte in Medellin. Die geeft haar toestemming en vervolgens worden we één voor één naar binnen geroepen. En dat onze Hollandse namen dan toch niet zo makkelijk zijn voor buitenlanders bleek wel.. Het vrouwtje bleef keer op keer 'Marihuana' roepen en niemand had een idee wie dat zou kunnen zijn. Totdat Siets ineens bedacht dat ze haar voornaam never nooit uit zouden kunnen spreken en haar doopnamen Maria Johanna aan elkaar wel heel veel leken op 'Marihuana' en ja hoor.. Het klopte! Dus bij deze pap en mam; origineel verzonnen).
Na een laatste familydinner en een bezoekje aan de plaatselijke salsabar zat ons avontuur met de groep erop en namen we de dag daarna afscheid van iedereen. Wij blijven nog even hier in Capurgana, op de grens met Panama voordat wij morgen onze reis voortzetten door de rest van Colombia. Geheid dat we een deel van de groep nogmaals gaan zien maar die avonturen bewaren we voor over een week of drie.
Hasta luego y un abrazo grande!

Ice Ice Iceland

Ondanks dat we al een groot deel van de wereld gezien hebben lag een langgekoesterde droom toch dichterbij huis dan menigeen gedacht zou hebben: IJsland. Het land dat door de Vikingen IJsland genoemd werd omdat ze bang waren dat iedereen hier massaal naar toe zou verhuizen als ze achter de schoonheid van het eiland zouden komen. Wellicht berust dit op een van de vele sagen waarin meer dan 85% van de IJslanders gelooft maar na een dikke week rondrijden op dit magische eiland zouden wij ook voor deze naam gekozen hebben. Al is het alleen maar om te zorgen dat dit pareltje voor eventjes langer geheim zou blijven voor de rest van de wereld…

Drijvende platen
IJsland is voor elke geoloog dé plek om eens te bezoeken vanwege al het vulkanisme, de geisers en het variërende landschap. Het ligt op een divergerende plaatgrens waarbij de platen zo’n 2 centimeter per jaar uit elkaar drijven en hierdoor is IJsland één van de jongste landen ter wereld. Na een nachtje in een prima hotel gaan we op weg naar Happy Campers om onze mini-camper te huren. Nadat we geïnstalleerd zijn rijden we richting het zuidwesten van IJsland, op weg naar het 100 Crater Park waar de ‘Bridge between two continents’ ligt. Hier sta je letterlijk op de grens van twee aardplaten en je kunt zelfs op het jongste stukje (lava)land gaan staan tussen de Euraziatische en Noord-Amerikaanse plaat in..
Wanneer we verder rijden naar de Blue Lagoon passeren we verschillende geothermale baden en de ramen blijven dan ook weer potdicht vanwege de verschrikkelijke zwavellucht.
Golden Circle

De dag daarna, na een ijskoude nacht, rijden we de route van de Golden Circle in. Het is een route die afgelegd wordt door de meeste toeristen en ondanks dat het in IJsland nu laagseizoen is zien we de bussen toeristen af en aan rijden. Wij parkeren ons campertje in het Thingvellir National Park waar we een wandeling maken tussen de grote basaltwanden en vele watervallen. In het Thingvellir Park *waar wederom de grens van twee aardplaten het park doorkruisen* is in 1894 de allereerste officiële grondwet getekend en de vlag wappert midden in het park als symbool hiervan.
Een andere reden waarom we naar Thingvellir gekomen zijn is omdat je hier in Silfra, een breuklijn, daadwerkelijk kunt snorkelen tussen die twee aardplaten in. Een langgekoesterde droom van Siets die nu uitkomt! We worden in thermo-ondergoed, een dik skipak en een drysuit gehesen en trotseren op die manier de ijskoude watertemperatuur van nog geen 2 graden.
Lena, onze gids, raadt ons aan om je gezicht één keer onder water te doen en dat dan zo te houden voor de komende 40 minuten omdat het water zo koud is dat je gewoon een shock krijgt. Eigenlijk is er in Silfra helemaal niet veel te zien behalve wat verdwaalde algen en veel basaltblokken maar het idee dat je daar tussen twee aardplaten in zwemt is echt een enorme kick.
Totaal verkleumd komen we na 40 minuten het water uit en dan sneeuwt het boven water ook nog eens. We hebben in IJsland vaak op één dag alle vier de seizoenen mee mogen maken. Na een warme chocolademelk en het opwarmen van onze bevroren handen springen wij onze camper weer in op weg naar de geisers van Geysir (waar de naam geiser dus ook zijn oorsprong vindt) en de watervallen van Gullfoss.
Vulkanen, watervallen en ijsschotsen
De dagen daarna zetten we koers naar de zuidkust van IJsland en passeren we weer verschillende mooie landschappen, watervallen, caldera kraters en zo ook de vulkaan Eyjafjallajokull die in 2010 uitbarstte. De uitbarsting was voor het Europese luchtruim een flinke aderlating maar omdat de helling van de vulkaan bestaat uit verschillende gletsjers, smolten die toen de vulkaan uitbarstte met als gevolg kilometers lange modderstromen die dorpen, wegen en bruggen verwoestten.
Langs de zuidkust ligt ergens verstopt op een donker lavastrand ook een vliegtuigwrak van de US Army, dat daar in 1973 neerstortte. Via een dirt track komen we na kilometers hobbelen bij dat wrak aan en het ziet er zowel luguber als ook magisch uit zo in de sneeuw. Omdat het al de hele dag kraakhelder is willen we hier ook proberen ’s avonds het Noorderlicht te zien. Gewapend met dekens, biertjes en een zak chips zitten we de hele nacht met onze camera in de aanslag in onze cabine maar het Noorderlicht laat zich niet zien ondanks de heldere nacht. Ach, we hadden wel weer een speciale overnachtingsplek te pakken zo in de middle of nowhere.
De andere hoogtepunten van ons tripje naar IJsland worden de schitterende wandelingen bij Fjardrargljufur en bij Skaftafell.  Bij de eerste wandelen we door een, op het eerste oog, kaal landschap maar ineens doemt daar een schitterende canyon voor ons op. Bij Skaftafell wandelen we naar de mooie Svartifoss waterval die verborgen ligt in het landschap.
Vanuit daar maken we een prima wandeling naar de gletsjer van Sjonarnipa en zien we het natuurgeweld van bovenaf de berg. De gletsjers op IJsland smelten met zo’n onvoorstelbare snelheid van 200 meter per jaar! En dan te bedenken dat na de ijskappen op de Noord- en Zuidpool de grootste ijskap hier op IJsland ligt. De vraag is wat we over een tiental jaren nog overhebben aan ijs op aarde…
Noorderlicht!
Voordat we de weg terug inzetten naar Reykjavik gaan we de laatste dagen naar de oostkust waar we de trek van de ijsbergen bij Jokulsarlon aanschouwen. Reusachtige witte en blauwe ijsschotsen die afkalven van de gletsjer, in een lagoon terecht komen en langzaam op weg zijn naar de Atlantische Oceaan waar ze meedeinen op het ritme van het water. Inmiddels is het weer behoorlijk omgeslagen en lijkt het echt herfst want ons campertje schudt die nacht goed heen en weer van de sterke wind en slagregen.
Ons bezoekje aan Höfn valt daardoor ook een beetje in het water en we besluiten om de terugreis naar Reykjavik maar in te zetten. Na ’s avonds in een gezellig kroegje in Selfoss een drankje gedaan te hebben besluiten we om nog een laatste poging te wagen het Noorderlicht te zien. Een paar kilometer voor Reykjavik draaien we een verlaten weg op en ineens… Het Noorderlicht!! Het duurt elke keer niet lang maar we hebben het toch gezien!!
Kleurrijk Reykjavik
Op onze laatste dag in IJsland wandelen we door gezellig en kleurrijk Reykjavik, bezoeken we de Hallgrimmskirkja met prachtig uitzicht over de meest noordelijk gelegen hoofdstad ter wereld, drinken we koffie in een van de vele koffiebarretjes en bezoeken we het Höfdi-house.
In dit huis ontmoetten Ronald Reagan en Mikhail Gorbatsjov elkaar in 1986 en dit gesprek luidde het einde van de Koude Oorlog in. We sluiten de reis door IJsland af in een gezellig kroegje voordat we heel vroeg de bus naar het vliegveld pakken en terug kijken op een land dat absoluut favoriet is in Europa! Een land met een schitterende (en erg actieve) natuur, super vriendelijke mensen en een hele relaxte vibe. Ook hier denken we weer ‘we komen er zeker nog eens terug’.
Ondertussen krijgen we sterk het gevoel dat we bijna twee mensenlevens nodig hebben om alles te kunnen zien dat we willen zien. Toch hoor je ons absoluut niet klagen want de volgende reis staat weer op de rol. Tot in juli vanuit Panama deze keer…

Indonesië: land van vulkanen, rijstvelden en stranden

Indonesië is een land dat in het examenprogramma Aardrijkskunde op de Havo aan bod komt maar toch geeft het een ander beeld als je het land met eigen ogen ontdekt. Het is een land dat bijna 350 jaar onder Neerlands gezag heeft gestaan; het land werd zowel uitgebuit als deels weer opgebouwd door de Nederlanders en het feit dat de Nederlanders hier gezeten hebben is in het dagelijks leven nog terug te zien. Woorden als redaksi, taksi, polisi, knalpot en wortel vertellen hier de Nederlandse invloeden al is de cultuur totaal verschillend met die van ons. We hebben ‘maar’ 2,5 week door Java en Bali gereisd maar weten één ding: we komen nog eens terug!

Niets is toeval?!
Na heel wat vertraging vanuit Myanmar en Kuala Lumpur komen we ’s avonds laat in de metropool Yogyakarta (ook wel Jogja genoemd) aan. Een hele vriendelijke taxichauffeur vertelt ons honderduit over zijn stad en zijn eiland Java. Java is het dichtstbevolkte eiland van Indonesië en dat merken we als we de dag daarna de stad bezichtigen. Op weg naar het paleis van de sultan, het Kraton, worden we om de paar meter aangesproken of we een becak, een fietstaxi willen. We slaan nog even af omdat de afstanden tussen de sites in Jogja goed te doen zijn.
Het Kraton is zowel de huidige residentie van de sultan als ook het culturele en politieke hart van Jogja. Het is een grote compound waar ongeveer 25.000 mensen wonen en werken met haar eigen markt, school, moskee en winkeltjes. Persoonlijk vonden wij het niet heel erg spectaculair maar of dat nu komt omdat wij in de loop der jaren ietwat verwend zijn met allemaal paleizen of dat het kwam omdat alles in het Bahasa geschreven was waardoor je bijna wel een gids nodig had. Wij kunnen het niet zeggen..
Vanuit het Kraton lopen we door (‘You want transport?’) naar Taman Sari. Taman Sari is het buitenpaleis van de sultan met allemaal zwembaden en kleine paleisjes. Binnen Taman Sari kom je in een wirwar van kleine straatjes terecht en wandel je echt door de kampongs (de kleine volkswijkjes). Na een heerlijke fruitshake nemen we dan toch een becak terug naar ons hotel. Als we ’s avonds willen gaan eten zien we daar ineens twee collega’s van Siets in een barretje zitten en als we later op de avond ook nog een andere collega van Siets tegenkomen is de vraag snel gesteld of dit toeval is?
De dag daarna als we op de goddelijke tijd van 03.00 ’s nachts opstaan om naar de Borobudur te  gaan is het ‘toevallig’ ook Gijs zijn verjaardag. Gijs kan zo wel optimaal van zijn verjaardag genieten! We staan niet voor niets zo vroeg op omdat we de zonsopkomst willen zien bij de bekende Borobudur. Wat Angkor Wat is voor Cambodja en Bagan voor Myanmar, dat is de Borobudur voor Indonesië. Dit immense boeddhistische tempelcomplex heeft in de loop der jaren al veel aardbevingen en vulkaanuitbarstingen doorstaan maar is zo goed als intact gebleven.
Als we aan komen lopen in het donker zien we de contouren van de Borobudur al voor ons opdoemen en misschien vonden we dit achteraf wel het meest indrukwekkende van het complex. In het hoogseizoen bezoeken ongeveer 90.000 mensen de Borobudur en met dat gegeven wilden wij wel heel wat eerder opstaan om de grote massa te ontlopen.
We zien de zon heel langzaam de horizon in tig verschillende kleuren veranderen waarbij de Borobudur op de voorgrond langzaam duidelijk wordt tussen de optrekkende nevel met op de achtergrond de vulkaan Merapi. Uren hebben we hier rondgelopen voordat we de taxi terug namen richting Jogja om even een paar uurtjes wat slaap te pakken in het hostel.
Tegen het begin van de middag voelen we ons weer als herboren en huren we een scooter om richting de Prambanan te brommeren. Bezochten we ’s ochtends een boeddhistische tempel, ’s middags was het de beurt aan de hindoeïstische tempel Prambanan. Deze tempel is het hart van het hindoeïsme op Java en de tempels dateren uit de 8e tot en met de 10e eeuw. Het hele complex werd in de jaren daarna verlaten omdat het zwaartepunt van het hindoeïsme zich verplaatste naar Oost-Java.
Op dit moment zijn ze druk bezig om de tempels te restaureren maar we kunnen ons wel indenken hoe indrukwekkend dit geweest moet zijn. Apart blijft dat tijdens de vele uitbarstingen en aardbevingen deze complexen stand hielden terwijl de moderne gebouwen tegen de grond gingen..
Deze (wederom) afwisselende en indrukwekkende verjaardag van Gijs sluiten we af met een aantal borrels in een kroegje samen met de collega’s van Siets. 
Bulderende Bromo en Ijen       
Na de verjaardag van Gijs is het weer vroeg op om de trein te pakken vanuit Jogja naar Malang. De trein raast langs dorpjes en mooie groene rijstvelden voordat we weer met de nodige vertraging aankomen in Malang. Was het eerst nog de bedoeling om hier een nacht te slapen, die plannen werden ‘verstoord’ toen we de optie kregen om ’s nachts nog te vertrekken richting de Bromo en Kawah Ijen vulkanen. Na een (hele) korte powernap zaten we om 12.00 alweer in de minivan met een aantal Italianen, Nederlanders, Denen en Fransen op weg naar Oost-Java.
In alle vroegte komen we aan bij de voet van de Gunung Penanjakan van waaruit we de zon op zien komen in de verte. De lucht kleurt weer in afwisselende kleuren en tussen de laaghangende wolken door zien we de nog rokende vulkaan Raung die in Indonesië voor nogal wat overlast voor het vliegverkeer zorgt. Kijkend naar rechts zien we de enorme caldera krater waarin de Bromo gelegen is.
De Bromo is een behoorlijk actieve vulkaan met ongeveer om de 5 tot 10 jaar een eruptie (en dat is kort op elkaar kunnen we jullie zeggen)… In de krater zijn nog twee andere vulkanen ontstaan en het aanzicht is *niet alleen voor een aardrijkskundedocente maar ook voor elke leek* indrukwekkend.
Na de zonsopkomst springen we weer in onze stoffige jeep die de caldera inrijdt om zo de Bromo te kunnen beklimmen. Na wat stof happen en de nodige traptreden staan we aan de rand van de rokende en naar zwavel ruikende krater van de Bromo. Achter ons trekt de ochtendmist op en we wanen ons net zo goed weer even in het mooie Bolivia met al deze vergezichten.
Behoorlijk stoffig geworden scheuren we door naar ons hotelletje met zwembad waar we gezellig kletsen met Mirjam en Joyce, twee leuke en gezellige Hollandse meiden. Ook nu weer niet uitslapen maar wederom om 12.00 ’s nachts ons bed uit om ons op te maken voor een hike in de krater van de Kawah Ijen vulkaan. Deze hike is niet voor iedereen bestemd want mensen met astma of een mindere conditie worden geacht in het hotel te blijven. Wanneer we aan de kraterrand staan krijgen we onze gasmaskers die we op moeten zetten voor de afdaling.
De Kawah Ijen is een vulkaan waaruit grote wolken zwavel opstijgen en zonder gasmasker zorgt dat acuut voor brandende ogen en longen. Het stinkt ontzettend naar rotte eieren en gezond is het volgens ons absoluut niet (het kratermeer van de Ijen blijkt met een zuurgraad van 0,18 ook het zuurste meer ter wereld te zijn). Tijdens de afdaling zien we kleine mannetjes met rieten manden op hun schouders een behoorlijke lading van deze zwavelblokken naar boven sjouwen. Zo’n mandje moet minimaal 50 en mag maximaal 90 kilo wegen en de werkers versjouwen deze manden twee keer van onder naar boven en krijgen daar nauwelijks iets voor betaald.
De zwavelblokken worden in fabrieken bewerkt en gebruikt voor o.a. cosmetica en medicijnen. Naast de grote gele zwavelblokken is het andere bijzondere aan deze vulkaan het blauwe vuur. Dit blauwe vuur ontstaat wanneer de zwaveldampen in aanraking komen met zuurstof/lucht en dus vlam vatten. Je kunt het blauwe vuur alleen ’s nachts zien en dan ziet het er echt apart uit.
Nadat we de zon op zagen komen boven de vulkaan hebben we de weg naar boven weer ingezet en bij ons busje aangekomen voelen we ons allemaal vies, stoffig en vooral hebben we het idee een uur in de wind te stinken (wat waarschijnlijk ook echt zo was). Binnen no time zetten we de weg in naar de ferry die ons naar Bali brengt. Het Bali van eindeloos relaxen en de laatste etappe van onze reis…
Aan mijn Nusa..
We hebben bij de ferry even getwijfeld of we naar de bountyeilanden van de Gili’s zouden gaan of het iets dichterbij het vasteland van Bali zouden houden. De lagere kosten én de kans op het zien van manta’s en mola mola’s (sunfish) gaven de doorslag om te kiezen voor het nog niet zo toeristische eiland Nusa Lembongan. Na even zoeken (niks boeken vooraf en dan in het hoogseizoen op reis gaan is niet altijd even handig) kwamen we in een waar paradijsje terecht. Voor nog geen €25 per nacht met zijn tweeën zitten we in een mooie hut en ligt het zwembad bijna letterlijk op het strand. Hier gaan we eens even optimaal genieten de laatste week!
En dat genieten hebben we gedaan. De dagen bestaan uit lekker eten, relaxen aan het strand en zwembad, boekje lezen en gewoon rondkijken hoe het leven aan de eilandgangers voorbij trekt. Op dit eiland ’s avonds geen dronken partygangers maar kleine jongetjes die proberen om hun vlieger, gemaakt van een vuilniszak, zo hoog mogelijk in de lucht te houden..
Genieten doen we ook op en in het water als we één dag meegaan met ‘Captain Coconut.’ Een gedreven jonge gast die helemaal idolaat is van de wondere onderwaterwereld. Wanneer we even ronddobberen tussen tig andere bootjes in Manta Bay komt hij met een voorstel: ‘Ze zeggen dat hier geen manta’s zitten. We kunnen hier snorkelen of we vertrekken naar Manta Point, een half uur verderop waar we gegarandeerd manta’s zien.’ Gelukkig hoefde onze boot hier niet heel lang over na te denken en zo kwamen we na een half uur op open zee als enige bootje vol snorkelaars in Manta Point aan. Gijs lag na een halve seconde al in het water en net op het moment dat Siets het water in wilde springen riep Gijs dat ze beter even kon wachten omdat op dat moment drie gigantische mantaroggen onder haar voeten doorzwommen!
We hebben een uur in het water gelegen bij Manta Point en in totaal meer dan 25 roggen voorbij zien zwemmen, variërend in grootte van 3 tot zelfs 5,5 meter breed!!! Ze zwemmen heel relaxed rond het ‘cleaning station’ zoals de duikers Manta Point ook wel noemen. Behoorlijk indrukwekkend wanneer we op drie verschillende plekken rondom Manta Point het water induiken en telkens omringd worden door giga manta’s.
Na deze belevenis gaan we daarna nog langs Long Bay en Mangrove Point om het meest prachtige koraal en de visjes te zien voordat we helemaal vol adrenaline weer aan land gaan. We hebben mega geluk gehad omdat de dagen daarvoor de duikers soms 3 of 4 manta’s zagen en wij op drie plaatsen gewoon 25 manta’s in totaal zagen! Er zaten er zoveel dat je ze vanaf de boot ook gewoon kon zien. Machtig!
Dat machtige doet Gijs tijdens zijn dagje duiken nog eens over als hij weer gaat duiken bij Manta Point maar ook bij Crystal Bay. Ook bij deze duiken weer genoeg mantaroggen, koraal en verschillende visjes om hem heen. Helaas liet de mola mola zich tijdens de duiken niet zien, maar ach, je kunt niet alles hebben he?! Op de laatste dag in Nusa relaxen we weer aan het zwembad en in de zee en nemen we een heerlijke Balinese massage waarbij alle spieren en ledematen behoorlijk los gemasseerd zijn. Een heerlijk ontspannen afsluiting..
Surf ’n Turf op Bali
Na bijna een week op Nusa Lembongan gezeten te hebben verlieten we dit paradijselijke eilandje om terug te keren naar Bali voor onze allerlaatste dagen van de reis. Aangekomen in Sanur pakken we een gammel busje dat ons afzet in Canggu; een chill surfersdorpje. Bijna alle scooters die je voorbij ziet rijden hebben een surf rack vastgemaakt aan hun scooter voor hun surfboard.
Ook wij huren voor drie dagen een scooter *zonder zo’n rek* omdat in Canggu alles behoorlijk ver uiteen ligt. Eén dag gaan we met de scooter naar Ubud maar dat bleek nog niet zo eenvoudig te zijn. Elke keer als we de weg vroegen kregen we hetzelfde antwoord ‘Ubud? Oeeh, long way, velly velly fah.’De absolute afstand was maar 31 kilometer maar als je hier een bemo (gammel busje dat om de paar meter stopt om mensen op te halen) neemt dan duurt dat inderdaad velly lang. Gijs laat zien dat hij de Balinese rijstijl al aardig onder de knie heeft en al zigzaggend scheuren we door het verkeer heen. Het lastigste was om de juiste weg te vinden want elke Balinees die we vroegen stuurde ons weer heel vrolijk een andere kant op. Uiteindelijk toch in Ubud gekomen van waaruit we een wandeling maakten door de rijstvelden en over de marktjes struinden.
Aan het einde van de dag op de GPS terug naar Canggu en dat ging wonderwel een stuk sneller en efficiënter. De laatste twee dagen gaan we helemaal op in de surfvibe als we een surfplank huren en de Indische Oceaan induiken bij Ecko Beach. Al die keren oefenen hebben toch wel hun vruchten afgeworpen want het gaat ons eigenlijk (al zeggen we zelf) redelijk goed af.
De golven zijn behoorlijk hoog maar het lukt ons om ze te pakken en bovendien ook nog op die plank te blijven staan! Ecko Beach is daarnaast een plek waar je geen families met kinderen vindt *als je ze al vindt dan staan de kids ook op een surfplank* maar waar de Billabong dames en heren heel relaxed voorbij wandelen of waar iedereen die net uit het water komt een drankje pakt bij een strandtentje verderop waar de deuntjes van Elvis uit de speakers komen.
Vanaf Ecko Beach zie je ook de vliegtuigen af en aan vliegen naar het vliegveld van Denpasar en met een laatste blik op Ecko Beach en de vliegtuigen beseffen we dat ook wij niet ontkomen aan de terugreis. Morgenmiddag is het zover en vliegen we, na vijf heerlijke weken, weer terug naar ons heerlijke Nederland. Helemaal uitgerust en weer een hoop nieuwe ervaringen rijker maken we ons thuis op voor de volgende reis in oktober: IJsland! Dan kan het uitkijken naar een nieuw avontuur weer beginnen..